Zing en dans
Emoties zijn soms niet in woorden te bevatten. Hoe graag zou ik nu mijn gevoelens vast willen pakken en onder woorden willen brengen. Hoe dankbaar ik ben, hoe erg ik mee leef, hoe erg ik je kracht bewonder. Ik doe een poging, maar het lukt me niet. Ik wil volledig zijn en niet zwaar.
In gedachten ben ik bij je. Ik denk aan je. Ik leef met je mee. Welke woorden zeggen het meest? Welke woorden vertalen het beste de situatie zoals die is. In gedachten ben jij bij me en ik denk de hele dag en zelfs nacht aan je, maar wat heb jij er aan? Wat voegt het jou toe? Wat draagt de wetenschap van mijn gevoelens bij aan jouw welzijn?
Voor wie is het belangrijk emoties onder woorden te brengen? Wat heb jij er aan om te weten hoe diep bedroefd ik ben. Hoe jouw ziekte mij heeft geraakt, mij tot ongeloof heeft gebracht en totaal overstuur. Wat heb jij er aan als ik zwaarwichtig doe? Wat dragen mijn emoties bij aan jouw herstel? Is het onderbrengen van mijn emoties ook niet een verwerking van mijn eigen stukje verdriet wat ik graag met jou wil delen? Als dat zo is, waarom zou ik jou er dan mee lastig vallen?
Ik vind je lief, ik bewonder je, het is fijn om bij je te zijn. Ik mis Alex, Xanthe en Easter. Ik mis jou nog meer, het allermeest. Welke woorden kun je gebruiken, zondar dat het lijkt dat ik je een liefdesaanzoek doe. En waar ligt de grens in de liefde?
Ik zal het over een andere boeg gooien en ga op zoek naar een gedicht of andermans tekst. Een gedicht waarin iemand zijn gevoelens heeft verwoord die ik kan kopiëren. Beter goed gejat, dan slecht bedacht. Weer kom ik terecht bij Rames Shaffy: Zing, dans, huil, lach, werk en bewonder. Ik denk aan onze wandeltocht samen, net voor de geplande opnamen. We plukten bosbessen.
Bloemen
Negen rozen halen ik uit de bos. Drie roze, drie oranje en drie witte. Ik verdeelde ze over kleine vaasjes, waarmee het nu ook op een andere plek in de kamer opkleurde. De originele bos die ik voor het raam had gezet was nog steeds immens en prachtig. Nog nooit hadden bloemen mij zo veel gedaan, brachten zij zo veel emoties met zich mee. En ik kreeg wat bloemen. Voor prestaties, voor geluk en voor verdriet, maar deze bloemen raakten mij diep. Iedere keer als ik er naar keek, als ik er langs liep. Deze bloemen zou ik altijd bij me willen houden.
Een dag zijn we terug uit Zweden. De vakantie staat bovenaan de top indrukwekkende vakanties. Niet om het land, niet om de dingen die we deden, niet om de locatie. Een week voor ons vertrek stuurde Alex een chat: We moeten jullie updaten... Er schoot van alles door mijn hoofd. Zwanger, nieuwe baan?? Jullie waren al getrouwd dus dat kon het niet zijn. Het bleek niets positiefs. Ook hiervan waren we getuigen.
Dat jij in het ziekenhuis was al een paar dagen lang voor onderzoek raakte mij diep. Tot dan toe leek het op een herhaling van een stukje geschiedenis. Van een periode die ik juist had afgesloten, waar ik mee bezig was die af te sluiten, het leek op een ervaring die ik liever niet had gehad. Het klonk serieus, ik was geschokt. Ik herinner me ons telefonisch gesprek over mijn nieuws nog goed. Jij was geschokt, het klonk vast serieus.
De bloemenbezorger keek naar de bos die vast de grootste was die hij vandaag zou bezorgen. Mijn buurvrouw keek naar de bos. Voor zo’n boeket zou ik wel open doen, zei ze. De bloemenbezorger keek mij verwonderd aan in de hoop de achtergrond te horen van dit prachtboeket. Mijn buurvrouw keek mij verwonderd aan en verwachte dat zij de achtergrond van dit prachtboeket kreeg. Ik keek verwonderd naar de bloemen die zo niet nodig waren, maar wel zo dankbaar. Ik voelde tranen komen.
Bewustzijn
‘Dat zou je niet denken’, zei de bewuste groenteboer op mijn opmerking dat Zweden zo Eco is. Grappig, ik zou dat wel denken. Misschien zou ik het ook niet denken als ik er niet was geweest. Misschien zou ik het ook niet denken als ik het niet ervaren had en misschien zou ik het ook niet denken als ik me er niet bewust van was, als jullie er niet bewust van waren. Maar ik dacht het wel. En dat voelde goed.
Na weken door de ICA te hebben gestruind op zoek naar Eco voeding, omdat de gasheer daar op stond, was ik nu in de Appie op zoek naar dezelfde producten. Dat bleek iets moeilijker. Tussen de vleeswaren lag er een enkel pakketje gesneden ham. Tussen de groentes een enkele komkommer. Het was tenminste iets. Mijn wagentje vulde zich langzaam. Vervolgens met eieren met een laag nummer. En dat bleken inderdaad meer dan alleen scharreleieren. Ik raakte bewust van iets waar ik van dacht allang bewust te zijn. Van onbewust onbekwaam werd ik spontaan bewust onbekwaam.
Van de spullen die ik in mijn yoghurt deed was alleen de appel Eco. Het was een begin, een goed begin. Je moet wel weten waar je het voor doet zei Alex nadat hij hoorde van onze eerste Ecodag thuis. Het doel leek me duidelijk. Ook de droger had nog niet gedraaid.
Als een jachtdier waren wij onze eerste dagen thuis op zoek naar onze prooi, Ecoprooi. We ontdekten een nieuwe wereld, met nieuwe producten. Een wereld die veel minder geitensokken met zich meedroeg dan menigeen zou vermoeden. Een smakelijke, bewuste en eerlijke wereld. Een wereld die je tegenwoordig eigenlijk niet meer mag vermijden.
Mijn perfectionisme lijkt op te spelen. Alles moet Eco, alles moet bewust. Met moeite kan ik het laten varen. ‘s Avonds eten we panzanella zonder Bio brood, maar met een stuk heerlijk eerllijk vlees. En dat is niet alleen goed, het voelt ook goed.
Een goed boek
Ik kocht het boek. De titel schoot door me heen in het ziekenhuis in Stockholm. Ik bezocht je voor het eerst en laatst na je zware operatie. Ik zei de titel hard op. Ik schrok er van. Het moest iets positiefs zijn, een hart onder de riem. En nu vraag ik me af of de titel niet alleen in mijn gedachten had moeten blijven. De uitslag van de biopsie was niet goed. Je tumor is kwaadaardig. Goed te behandelen, maar kwaadaardig. Goed te behandelen maar wel chemo. Goed te behandelen, maar wel ziek. Goed te behandelen, maar misschien kaal.
De gedachte aan een potentieel kaal koppie schrikte je misschien nog wel het meest af. Ik zag de angst in je ogen. Terwijl we zo hard ons best deden om positief te zijn. Jij deed je best om er zo goed mogelijk voor ons uit te zien. Alex deed een poging skype te installeren en wilden anderen zo graag laten zien hoe hard jij je best deed. En ook ik deed mijn best.
Ik lig in bed en lees het boek. Meteen opsturen wilde ik het niet. Ik moest het screenen. Maar waarop? En voor wie. Wat zou het boek moeten bijdragen aan jouw herstel? Wat bezielde mij om de titel hardop te noemen. Ik vraag me af of dit nou goede bedliteratuur is. Ik vraag me af als dat niet zo is wat dan het meest geschikte moment is. Jij kan je ziekte immers ook niet aan en uitzetten. Ik lees verder en na de tweede bladzijde voel ik de tranen komen. Ik vraag me af waarom.
Raakt de schrijfstijl van de hoofdpersoon me zo of zet haar levensecht beschreven ervaring mijn kraan open. De voorstelling dat het jezelf overkomt, overkomen had kunnen zijn als de uitslag niet goed was geweest. Is het de angst dat het jezelf nog zal overkomen, je kinderen. Of huil ik om jou? Om wat je te wachten staat, de onzekerheid, de chemo, het gevecht tegen je ziekte.
Wat zou ik graag bij je willen zijn. En wat is het opeens ver weg. Het is slechts een telefoonverbinding verder, maar die is zo afstandelijk. wat ben ik blij dat we er waren. En wat baal ik dat ik je nu niet zie.
En nog twee
Kun jij je voorstellen dat de hoeveelheid schatjes die ik met me meebracht naar Vallentuna slechts een select gezelschap zou zijn van alle kinderen die we hadden. Kun jij je voorstellen dat je zwanger bent als je al 4 kinderen hebt. Zwanger van een tweeling. Ik zie het beeld van Desiree voor me. En dan nog al onze kinderen erbij. Alexander, Olivier, Xanthe, Tobias, Quirijn en Krister. 5 Jongens en 1 pittig meisje, een mooi setje. Gelukkig verdeeld over drie gezinnen.
Ik ben in shock. We zitten bij mijn moeder aan tafel. Wat was ze blij ons weer te zien. De kindjes waren zo lief de hele dag. Ze maakten samen jam. Emilie, Tobias en Quirijn. Van aardbeien, bessen en frambozen. We kletsten de afgelopen drie weken bij. Heb je het al gehoord van Niels en Henriette? Voor de beeldvorming Niels is mijn lieftallige neef, reeds vader van 3 zonen en 1 dochter. Een harde werker die ’s avonds laat thuis komt. Niets meer, niets minder. Henriette is mijn lieftallige aangetrouwde nicht. Met hart en ziel huisarts en moeder van al 4. Wij vragen ons na elk verschijnen steeds weer af in hoeverre zij elkaar liefhebben. Maar schijn bedriegt zo blijkt ook nu weer. Nummer 5 en 6 komen met de kerst.
Ik ben in shock. De bank die we net bij Villa Arena kochten zou niet groot genoeg zijn. De grote auto waarin we rijden zou niet groot genoeg zijn. Het huis zou te klein zijn. En wie zou dat betalen? Al die schoenen, waarvan er steeds 1 kwijtraakt, al de clubjes, al dat ecovoer. Misschien tijd voor de voedselbank?
We praten al weer over iets anders. Nog steeds ben ik in shock. Nummer 5 en 6 op komst. Hoe verdeel je aandacht? Hoeveel tijd heb je nog voor elkaar? En bovenal hoeveel liefde kun je geven? Elk gesprek dat daarna volgt onderbreek ik steeds weer, sorry hoor, maar ik ben in shock. ik besluit mijn man en drie klein mannetjes nog meer lief te hebben en tevreden te zijn met hoe goed het is. Als moeder van drie en nooit een meer op komst.
Kriebelen
Ik zit in de stoel voor het raam, die straks verruild gaat worden door een strakke rode, leren hoekbank. Is rood wel ok, niet te heftig? Steekt het niet enorm af? Raak je er niet op uitgekeken? Opeens schieten er zo veel onzekerheden door mijn hoofd. En waarom? Voor een bank? Nee, nee, nee. Het is goed zo, het is anders, het breekt het gevestigde kader waar we inleven en dat is wat we willen. Af en toe even er uit en anders doen dan het geplaveide pad. In ons rijtjeshuis. In Heemstede. Waar we het zo naar ons zin hebben.
Quirijn zit bij mij in de stoel. Ik kriebel hem op zijn rug. Daar wordt hij zo rustig van. Het bengeltje, het dondersteentje, de deugniet waar ik zo veel van hou raakt in trance en verkeert zich in een wereld van een pasgeboren baby. Hij wil gekriebeld worden. Bij komt weer de gedachte boven dat hij dat als baby gemist heeft. Ik denk het, ik weet het zeker. Ik probeer mijn verdriet niet meer boven te laten komen. Dat is voorbij. Nu is nu en nu kriebel ik.
Een blik op Funda. Als we willen kunnen we uitkijken op een weiland. Op een tuin vol fruitbomen, waarin de kinderen met hun rode pakken rondbanjeren. Niet eens zo ver van hier. Als we willen pakken we de boel op en verhuizen slechts 5 kilometer naar ruimte. Maar het is goed zo. Goed op deze vierkante kilometer, boven op elkaar. Goed dat je door de buren in de gaten gehouden wordt, of het wel hip genoeg is. Goed dat de kinderen in en uit bij elkaar lopen. En goed dat de school om de hoek is. Wij prijzen ons zelf gelukkig hier met ons gezinnetje in deze prachtbuurt.
Maar het is ook goed om te dromen en iets voor ogen te houden. En wie weet wordt een droom ooit werkelijkheid. En tot die tijd zullen wij onze droom in de zomer in Zweden verwezenlijken. Ik ga weer in de stoel zitten, nog even in de stoel, voordat die verruild gaat worden voor een knalrode bank. Niet te rood? Niet te fel? Nee, het is goed zo.
Het lijkt wel vakantie
Twee grote mensen handen met daaraan elk een kinderhandje. Van twee afzonderlijke jongetjes, Tobias en Quirijn. Zo fijn, zo lief. Het is vakantie voor Tobias en een beetje voor Quirijn. Vandaag mochten ze samen kiezen wat ze wilden doen. Een moeilijke keuze want er is zo veel. En er waren zo weinig grenzen. Ik kan niet kiezen huilde Quirijntje verdrietig in zijn bedje. Nemo, Piratenschip, speeltuin, Artis...
Na een lange nacht en uitvoerig overleg de volgende morgen aan de ontbijttafel waren ze eruit. Het werd het kinderkookkafe in het Vondelpark. Iedereen blij. Kneuterig, relaxed, heerlijke koffie en lekker knutselen met eten. De kindertjes glommen bij de gedachte en waren niet stil te krijgen. Dat zorgde bij mij vanwege een slechte nachtrust tot enige irritatie, die ik niet onopgemerkt kon laten.
De trein op zich is al een beleving. Eigenlijk de fietstocht naar het station al. Quirijn eerst voor, op de terugweg Tobias. Met de lift naar boven, niet voorbij de streepjes op het perron. Boven of beneden zitten. Quirijn mag als eerste kiezen. Zijn keuze wordt hem echter al door zijn grote broer ingefluisterd. We gaan naar boven. Ze kijken om zich heen. Naar buiten. Alsof ze alles voor het eerst zien. Ik lees de Metro.
Amsterdam is altijd leuk met mijn kindjes. Mits handjes vast. In de grote stad lijken mijn oudste zonen altijd de best luisterende kinderen van de stad. Houden zo. Ik voel de kleine kinderhandjes. Ik voel hun duim in mijn handpalm bewegen. Spanning op hun koppies. We moeten met de tram. Tobias heeft nummer 1 al snel gevonden. Is dit het plein van de koning? Is dit de gracht van het hulpje van de Koning? Aankomend op het Leidseplein gaan ze uit hun dak van de Neonlichten en toeristen. Nog een paar haltes en ze mogen op het knopje drukken. Koken is heerlijk, het speelgoed, de andere kindjes, het zonnetje, de zandbak. Iedereen geniet. Het lijkt wel vakantie.
Twee min een
Is het verdrietig dat een van de tweelingkindjes op komst het niet heeft overleefd? Dat een foetus van 13 weken in zijn eentje verder zal moeten met een hartje dat wel klopt? Is het naar dat het gestorven vruchtje pas over een paar maanden samen met zijn broertje of zusje begraven zal worden?
Er schiet van alles door mijn hoofd na het telefoontje van mijn moeder over de tweeling van Niels. Mijn ratio zegt beter zo. Mijn emotie heeft het moeilijk, kun je dat wel denken, het is immers leven... Had het gestorven vruchtje al een zieltje? Mijn ratio zegt dat vijf beter is dan zes, zeker met meteen twee erbij. Mijn emotie blijft het moeilijk hebben, het gaat immers nog steeds over leven. Mijn ratio zegt dat het vast zo had moeten zijn. En daar kan mijn emotie best verder mee leven.
Het had zo moeten zijn. Iets zien in toeval of niet is een geloof op zich. Het geloof in een bestemming, dat dingen niet zo maar gebeuren en dat alles een reden heeft. Het is een geloof, misschien wel om de harde waarheid niet onder ogen te hoeven komen. Mij geeft het in ieder geval rust. Mijn emotie althans. En dat zal het zijn. Met de gedachte dat het pad al uitgestippeld is wint de emotie van de ratio.
Want hoe kan je begrijpen dat sommige dingen gebeuren. Hoe kan je verklaren dat iemand ziek wordt in de bloei van haar leven. Net als alles zo goed lijkt te gaan. Hoe kan iemand ziek worden die altijd bewust heeft geleefd. Er is geen verklaring voor een waarom. En die verklaring moet ik ook niet willen zoeken. In zulke gevallen is het misschien ook beter om ratio uit te schakelen en het te zoeken in emotie. En dat is best lastig voor iemand die continu denkt.
Het had zo moeten zijn en misschien is het beter zo. De tijd zal het leren. De tijd die de komende maanden zo pijnlijk zal verstrijken. Vol emoties van angst en verdriet. Ik voel afstand. Ik wil er zijn. Ik ben er wel, maar ook niet. Het doet pijn. Mijn emotie en ratio hebben weer oorlog.
Ingelogd bijven
Het was een gewone zaterdag in augustus. We deden boodschappen voor de week, we speelden met de kinderen, zorgden en genoten. Min of meer verplicht hadden we voor ’s avonds een oppas geregeld omdat het gevaar ook in een goed huwelijk dreigt. Het gevaar dat je langs elkaar leeft en uiteindelijk van elkaar vervreemd. Had mij dat tien jaar geleden gezegd en ik had je voor gek verklaard.
Ik herinner me mijn reactie nog op de opmerking van een ouder echtpaar. Het was vijf jaar geleden. Wij waren de gelukkige en kersverse ouders van een pasgeboren zoon. We zaten helemaal gelukkig te wezen aan de rand van het strand genietend van elkaar en ondergaande zon. Naast ons een man en vrouw zichtbaar genietend van elkaar, die ondergaande zon en van ons. ‘Je kunt dit alleen vasthouden door je best te doen’, zei de vrouw uit het niets. ‘Zorg er voor dat je elkaar blijft zien. Dat je met elkaar af blijft spreken, zodat je ingelogd blijft’. Onzin dacht ik toen, dat zal bij ons nooit verdwijnen. Ik lachte beleefd naar haar.
Het was drie jaar later dat ik haar zo dankbaar was en dat het daten begon. De eerste keer erg onwennig, steeds starend naar de mobiel waarop de oppas elk moment kon bellen. Maar er gebeurde niets. Het eerste uur ging alleen over de kinderen. Het leek wel alsof er niets anders was. Maar nadat dat uur verstreken was, de wijn al begon te vloeien kwamen wij meer los van ouder zijn. Door de maanden heen raakten wij ervaren en wisten wij tijdens ons uitje ook weer van elkaar te genieten. Ik dank de vrouw op de strand nog steeds.
En nu dus plannen we onze dates en maken we weken van te voren afspraken met de oppas, hoe spontaan kun je zijn? Zo ook deze zaterdag in augustus. Maar ondanks de geplande voortgang van ons huwelijk met drie wekelijkse uitjes vergeten wij de inhoud van onze date te regelen. Met als gevolg dat wij ook deze zaterdagochtend de sites van kleine komedie of schouwburg raadpleegden in de hoop dat we nog twee kaartjes bemachtigen. Maar ook nu weer te laat. Het had zo moeten zijn. De brasserie is heerlijk. Het is weer ouderwets genieten!
Ik kan schakelen!
Je dacht dat je het nooit zou kunnen. Je doet het. Je maakt keuzes en je schakelt. Iets overkomt je en je schakelt. Je wordt ouder en je schakelt. Had jij 8 weken geleden kunnen denken dat je de gedachte dat je kanker hebt gek genoeg aankan?
Je leidt je leven, je stelt je grenzen bij, zelfs in deze situatie. Je bent sterk, je kan het aan. Het is onwerkelijk. Maar je hebt geschakeld. Misschien is het wel een geruststellende gedachte dat je altijd wel een manier vindt om de situatie die je treft te overleven. De kracht, de zin, de positiviteit, je hebt het nodig. Ook al is het loeizwaar.
Ik bewonder het. Ik bewonder jou. Ik bewonder de manier waarop je schakelt, geschakeld hebt. Ook ik schakel. Met jou, door jou. Ik kan de gedachte nu aan dat je Hodgkin hebt, maar ik kan er ook verschrikkelijk om huilen. Ik lees je blog, je nieuwe leven. Ik ben blij dat je het deelt. We hebben een manier gevonden om te communiceren en ondanks een hele lange afstand dicht bij elkaar te zijn. Ook wij hebben geschakeld.
De gedachte dat je woensdag aan een infuus ligt of zit kan ik nu niet aan. Het benauwt me. Het maakt me in en in verdrietig. De blik van chemokoppies in het ziekenhuis zijn ondraaglijk. Maar ik zie dat ook zij hun leven leiden en zich hebben aangepast aan hun situatie. Ik weet dat jou dat ook zal gebeuren en dat je woensdag weer zult schakelen en ons mee zal nemen.
De manier waarop jij je ziekte met ons deelt maakt het draaglijk. Je bent open in het proces, open in je emoties. Open in de vragen die jij hebt en open in de antwoorden op de vragen die bij ons opkomen. Je staat open voor liefde en advies. Dank dat we zo dicht bij je mogen komen, dat we dit proces met je mogen delen. Het was zo fijn geweest als het niet zo was. Maar het is zo en je maakt er het beste van. Door te schakelen. Wij zullen ons best doen om dat ook te doen.
Vriendschap
Op mijn fiets rij ik door de Haarlemmerhout. Genietend van de rit, van het groen, van een baan om de hoek en in spanning om wat die dag komen gaat. Mijn telefoon piept. Een sms van jou. Zelfs nu kan je ook aan mij denken. En dat terwijl van jouw dag leven af hangt. Hoe mooi is vriendschap. Wat is het fijn om oprecht mee te leven met andermans wereld.
Hoe fijn is het om vriendinnen te zijn. Om een weerwoord te kunnen en durven geven op een anders verhaal. In enthousiasme vertel ik over mijn nieuwe werk, over de obstakels, over het politieke spel en over mijn idealen. Je luistert, je stelt vragen en je geeft advies. Je bent kritisch. ‘Zeg wat je zegt in 1 zin’. Hoe fijn is het om te kunnen en durven spiegelen.
Een definitie van echte vriendschap heb ik niet. Je ondergaat het, je komt het tegen. Er zijn momenten die je uitkiest, weekendjes Stockholm, een huwelijk. Het voelt goed, het voelt hecht. Maar niet alles heb je in de hand. Er zijn situaties die je nog dichter bij elkaar brengen, ook al lijkt nog hechter onmogelijk. Zonder woorden, zonder dagen, je bent er gewoon. Hoe mooi is vriendschap.
Het was exact twee jaar geleden dat ik schreef:
‘... een vriendschap met plaats voor wederzijds respect, met tranen van vreugde en verdriet. We hebben heel veel gelachen, heel veel genoten en in de jaren dat we elkaar kennen hebben we beiden ook donkere dagen gekend en zijn tranen gevallen. Maar juist op die momenten is het zo bijzonder dat wij elkaar vriendin kunnen noemen en dat je weet dat de ander er voor je is. Dat maakt het dat ik trots ben op onze vriendschap.’
Gekroond is de vriendschap al tijdens jullie huwelijk. Maar juist in deze situatie is een beetje aandacht voor vriendschap belangrijk. Want te meer blijkt nu ook weer. Niets is vanzelfsprekend.
Wij overwinnen
Maarten van der Weijden is bij BNR op de radio. Hij praat over zijn boek Beter. Over zijn kanker. Hij is olympisch kampioen en overleefde kanker. Hij overwon het niet. Hij had geluk. Zoals hij dat benoemt.
Hij bewondert Lance Armstrong om zijn inzet tegen kanker. Volgens Maarten van der Weijden heeft nog nooit heeft iemand zo veel gedaan voor het Kanker Fonds. De kritiek van Maarten is echter groot op Lance’ statement dat je een gevecht met kanker aan kunt gaan. Volgens Maarten moet je kanker ondergaan en ben je sterk afhankelijk van je arts en de voorgeschreven behandeling. Overwinnen impliceert dat iemand die het niet redt niet voldoende zijn best heeft gedaan. En dat is niet eerlijk.
Het idee dat kanker je overkomt en je platlegt, jou er volledig buiten houdt vind ik misschien wel het moeilijkst. Dat jijzelf niets kan doen om je in controle te houden. Behalve een beetje positief te denken om het draaglijk te maken. Dat moet voor iedereen een drama zijn. Je zult je leven voor de dag dat je hoorde dat je kanker hebt altijd zelf in de hand hebben gehad.
De gedachte dat de kanker die jou overkomt heel goed te behandelen is en spoedig zal verdwijnen troost me. Je arts en behandelplan zijn goed. De kracht die je hebt verzameld en de positiviteit die in je zit zul je nodig hebben. Niet om te overwinnen, want dat doen de arts en de medicijnen, maar om jezelf en je omgeving er door heen te slepen.
En ook dat is belangrijk voor een goed herstel. Je geest kan de kanker dan wel niet laten verdwijnen steeds meer artsen zien in dat er wel degelijk een relatie is tussen lichaam en geest. En dat is zeer goed nieuws voor jou bedenk ik me. Want ook al overkomt die goed te behandelen maar oh zo gefuckte kanker je, jij bent met jouw persoon in staat er het beste van te maken. En er op die manier zo snel mogelijk een punt achter te zetten.
Goede wijn
Het schot dat Guy tussen de tuinen heeft geplaatst is net te hoog. Onhandig stap ik er over heen. Hoe bijzonder kan het zijn. Dat je op je sokken naar de buren loopt. En dat die buren ook één van de beste vrienden zijn.
Mijn gevoel is dubbel. Het is net als die overstap van de ene naar de andere tuin. Via dat net te hoge schot. Ik heb net je blog gelezen. Hoe humoristisch kan je zijn. In deze situatie. Zonder de bedoeling humoristisch te zijn. Vandaag is je chemo van start gegaan. Om 10 uur dacht ik aan je. Terwijl ik onder het station door fietste werd jij aangesloten op het infuus.
Mijn dubbele gevoel tekent de avond die zo bijzonder is. Joost zit met zijn moeder aan tafel. Gabs legt hem uit hoe je het beste een slecht nieuws gesprek kan hebben met één van je medewerkers. Het gaat om de ik-boodschap volgens NLP. Ik kom binnen, hyper van de emoties. Verdrietig om wat je doormaakte en blij dat je het weer positief doorstaan hebt.
Het gesprek tussen moeder en zoon gaat verder. Het is zichtbaar belangrijk. Ger ziet dat ook ik iets belangrijks te melden heb. Ze pakt haar witte computer en opent je blog. We zitten samen op de houten bank. Hand in hand. Lachend om de chocola en huilend om het gif. Joost pakt papier en schrijft de beginselen van de ik boodschap op vanaf de basis. Ger pakt een fles wijn uit de kast, de beste die zij kan vinden. Joost schrijft aandachtig verder. Ger opent de fles en stuurt een sms.
Als er vier glazen op tafel staan kijkt Joost op. Hij schrikt van de open fles die hij speciaal met Michiel kocht. Hij lacht. Een mooi moment om deze fles te openen. Even stokt het gesprek over de ik-boodschap. Eén moment is het wij. Wij heffen het glas op jou. Iedereen is er met zijn volle aandacht bij. Eén blik. Eén wens. Een sms terug. Ook jij bent er bij.
De avond gaat verder, ieder zijns weegs. Jij in Zweden, Joost in de ik boodschap en Ger en ik in een goed gesprek. Het voelde zo bijzonder!
Hockeyballen
Ik ga mee, roept Quirijn! Hij heeft zijn zoektocht naar hockeyballen net afgerond. Vier had hij er al op de mat gelegd. Ergens onderin een la vindt hij er nog twee. Tobias observeert zijn broertje. Hij blijkt ook al te kunnen rekenen. Zonder na te denken roept hij: ‘dan hebben we er zes’ .
Guy staat klaar om naar het hockeyveld te gaan, gehuld in sport broek en oud overhemd. Ik twijfel er over of Quirijn zonder mij mee kan. Dat kleine kereltje alleen langs de lijn. Ik laat het los. Meteen word ik met een nieuwe twijfel op de proef gesteld. Tobias wil ook meteen met Guy mee. Ze worden groot. Ik laat het los en de oudste mannetjes vergezellen even later hun vader.
Het huis is leeg. Mijn kleine Krister ligt te slapen. Ik denk aan gisteren toen Tobias zo innig kwam knuffelen. Ik vroeg hem of hij dat ook nog kwam doen als hij 9 was. Domme vraag, hoe weet hij dat nou? Het moment was zo intens. Je zou het altijd vast willen houden. Ze zijn zo lief, zo klein, maar ook al zo groot. Zo wijs, een eigen wil en een eigen verhaal.
Als Krister wakker is stap ik met Ger en Sien op de fiets. De mannen achterna. Wat ben ik trots op ze als ik ze langs het hockeyveld zie staan. Hun vader bewonderend. Guy heeft de bal, mam! Twee bengels met hockeystick in de hand, zo gehoorzaam. Een mooi plaatje.
De rennende mannen en rollende bal trekken zelfs de aandacht van Krister. Die staat met één oog door het hek te kijken naar wat voor hem beweegt. Af en toe sabbelend op een uitsteeksel van het hek. De tijd dat ik kon zeggen dat ik een pas geboren baby heb is echt voorbij. Zeker als ik even later een vier weken oude baby zie. Mijn mannen zijn al groot!
De tijd vliegt, of je wil of niet. Toch zou ik nu willen dat de tijd gevlogen was. Dat het lente was. Een nieuw begin. Tot die tijd genieten we van de mooie momenten en lijsten we die in onze herinnering in.
Kwaliteit
Misschien begin ik eindelijk te begrijpen wat jij bedoelt. Jij vindt het normaal wat je doet, terwijl je bewonderd wordt. Je straalt iets uit. Iets zelfverzekerds, zonder arrogant te zijn. Je bescheidenheid siert je. Een mooi voorbeeld voor anderen.
Ik begreep het nooit dat je het zelf zo gewoon vond. Je kunt niet spelen bescheiden te zijn. Dat je Ger en mij vroeg je scriptie na te kijken terwijl wij niet verder kwamen dan het voorwoord. Inmiddels heb ook jij ingezien dat jouw kunnen niet vanzelfsprekend is.
Ooit las ik dat kwaliteiten je gemakkelijk afgaan. Dat je ze verder kunt ontwikkelen, maar dat je er nooit extreem voor hoeft te zwoegen. Dat zou toch mooi zijn. Dat je niet koste wat het kost moet ploeteren, daarbij alles opzij schuivend om je doel te bereiken. Kwaliteiten en talenten bezit je kennelijk en met je doorzettingsvermogen maak je dat ze optimaal kunt inzetten.
Als die theorie klopt dan klopt ook jouw bescheidenheid. Je vindt het niet meer dan normaal en vooral niet ingewikkeld omdat jij die kwaliteiten bezit. Jij bent je talent. Het lijkt zo simpel, maar kennelijk zijn er genoeg mensen om je heen die andere dan jouw kwaliteiten bezitten. En dat maakt jou dan bijzonder.
Het lijkt erop dat ik een situatie ben gekomen die voor mij zo simpel lijkt. Ik doe dingen die voor mij vanzelfsprekend zijn. Maar kennelijk is er nooit iemand in die omgeving geweest die dat op die manier deed. Ik hoor jou praten als ik zeg ‘maar het is echt niet ingewikkeld’. Voor mij niet nee, maar een ander heeft er veel aan door met mijn kwaliteiten inzichten te krijgen.
De kunst is in mijn ogen je kwaliteiten te blijven ontwikkelen zonder dat het al te veel energie kost. Anderzijds is het belangrijk te weten dat het voor jou een kwaliteit is en vaak voor een ander niet. En dat inlevingsvermogen hebben is een kwaliteit op zichzelf.
Een goed gesprek
‘Gaat het goed met je?’ Net alsof mijn fysieke toestand hem iets interesseerde. Hij die mijn aanhoudende klachten als onzinnig beoordeelde. Omdat ze niet in zijn hokje pasten. Hij die mij als interessant object zag omdat ik iets zeldzaams had. Ik lach beleefd en zeg dat het goed gaat.
Het was niet mijn bedoeling bij de chirurg aan tafel te zitten. Toch gebeurde het. Ik had een lunchafspraak met een collega die ook net was begonnen. Hij kwam van de bank. Had nog minder kennis van de ziekenhuiswereld dan ik. En daar zaten we dan. Twee medisch onbenullen naast de chirurg. De nieuwe collega stelde zich voor als de risk officer. En daar ging het mis.
Ken je dat? Dat je een moment liever had gedelete. Net alsof het een paar woorden waren die je liever niet schreef. Terwijl ik in gedachten ergens anders ging zitten beklaagde de chirurg zich bij de veiligheidsman over zijn verouderde apparatuur. Hij moest toch minstens een HD televisie hebben die iedereen thuis ook heeft. De risk officer begon over procedures en een vergelijking met de luchtvaart. Opnieuw gaat het mis.
De chirurg raakte zichtbaar geïrriteerd en begon harder te praten. Andere collega’s keken ons aan. ‘Het is misdadig’, riep de chirurg, ‘dat ik niets kan zien als ik opereer’. ‘ Dan stijg je toch niet op’, zei de risk officer. Olie op het vuur. De chirurg haalde mij erbij. ‘Ik heb jou in de mist geopereerd’. Het gevoel van privacy en de patient is opeens compleet verdwenen. Iedereen kijkt mij vragend aan.
Woest is hij. Hij rommelt wat, zit wat aan zijn haar, mompelt nog wat onverstaanbaars en loopt met plateau, bord en broodjes weg. Het lijkt een grap. Dat is het niet. Toch moet ik lachen. Lachen om de belachelijke vertoning. Lachen uit zenuwen. En lachen als tegenhanger van huilen. Deze manier van communiceren is in en in triest. Er is nog een lange weg te gaan in doktersland.
Emoties
‘Dat zal een lekker jaar worden’. De energieke numerologe keek me aan. Verwonderd om mijn negatieve inslag. Verbaasd omdat de toonzetting zo positief was. Anderhalf uur lang had ze mijn nummers geanalyseerd aan de hand van mijn geboortedatum. Als finishing touch keek ze naar het soort levensjaar waarin ik mij begaf. Er zitten inmiddels drie maanden op. Nog negen te gaan in mijn jaar van emotie. Nog negen maanden te gaan totdat een nieuw jaar zich aandient.
Idioot dat een analyse van je geboortedatum tot zo veel inzichten kan leiden. Ongelofelijk hoe de vrouw zonder iets van mij te weten meerdere keren een gevoelige snaar raakt. Dat de vrouw met slechts een korte introductie mijn hele leven kan tekenen en kan zien waar ik voor sta. Bizar, maar zo mooi. Ik ben enthousiast.
Enthousiast over de manier waarop. Over de vrouw die zo spiritueel is en ook zo gewoon, zo aards. Enthousiast over het goochelen met cijfers en enthousiast over de uitkomsten. Enthousiast over mijn keuze mijn werk op te zeggen op een idioot moment. Trots. De cijfers zeggen dat het goed was.
Ik moet schrijven, ik moet meer zelfvertrouwen hebben en ik moet stralen. Maar boven dat alles moet ik minder moeten. Met de gave van het woord die ik volgens de cijfers bezit kan ik anderen overtuigen en dat is waarom ik hier ben. Mijn struikelblok van loslaten belemmert de weg naar de ultieme wijsheid. En als ik er niet aan werk mijn grenzen te stellen dan zal ik steeds opnieuw blokkeren. Kan het nog vager? Voor mij is het heel concreet.
Ik denk aan de negen maanden. Negen maanden lang de emoties van de afgelopen drie. Negen maanden lang in die rollercoaster van tranen, verdriet en ongeloof. Negen maanden is lang. Ineens doet de blik van de vrouw me beseffen dat emoties ook een andere kant hebben. Drie maanden zijn al voorbij. Er ligt een ruimte voor positieve emoties. En dat moeten we vieren. Lang leve het jaar van de emoties!
Uitgebalanceerd
Acht weken geleden gaf ik je het boek over balans in je leven. Het was een brug te ver. Ik kocht het voor je omdat mijn lichamelijke ongemak mij verder had gebracht. Ik dacht dat het boek jou daar ook bij kon helpen.
Ik geloofde heilig dat ik genoeg signalen had en dat ik niet ook deze kon negeren. Rennend, bijna vliegend ontving ik heel bewust de eerste. Ik probeerde nog net de trein terug te halen te halen op mijn eerste werkdag na mijn verlof. De trein reed voor mijn neus weg. Ik accepteerde het, maar deed niets. Er volgde opnieuw signalen. Iedere week weer.
Totdat een bal zo groot was in mijn buik dat ik er niet om heen kon. Ik moest het onder ogen zien. Het koste me vele tranen, gevoel van mislukking, van falen, ik had angsten, maar ergens voelde ik ook dat het goed was. En dat maakte dat ik er positief in stond. Ik greep alles aan, van voetreflex, tot bioresonantie. Ik lag met een pendel boven mijn hoofd bij de kinesioloog, trok spagyrieke kaarten en stelde met stenen mijn familie op.
Wekenlang was ik in de ban van de positieve boodschap van mijn cyste. Ik was er van overtuigd dat de lange wachttijd voor mijn operatie een reden had. Ik voelde dat het goed was en maakte een helende reis door mijn lichaam. Het beeld van mijn zo geliefde grootmoeder en de signalen die ik van haar meekreeg maakte dat ik een beslissing nam. Een moeilijke keuze die veel weerstand en onbegrip te weeg bracht. Een beslissing die zo goed was.
Jij bent nu op zoek. Op zoek naar een reden waarom dit je overkomt. Naar de waarschuwing van je lichaam om het misschien wel anders te doen. Maar hoe doe je dat? Wat is dan de les? Hoe kom je daar achter? Je hebt een stap gezet en bent al op weg. Ik weet zeker dat je de antwoorden zult krijgen. Misschien op momenten dat je het niet verwacht.
Muzikant
Als ik van iemand dacht dat die zijn levensmelodie zong zou ik jou er uit pikken. Al je beslissingen, bewegingen, keuzes heb je in mijn ogen vanuit je hart gemaakt. Je leeft bewust en er zijn mensen die slechter tegen de stress kunnen. Wat is het dan dat jouw melodie van de wijs heeft gebracht. Dat je niet kunt zingen was duidelijk, maar dit?
Is het waar dat je problemen zoekt als je ziek wordt? Of word je ziek vanwege een blokkade? Je refereert in je blog naar de tekst die Guy je stuurde. Over een levensmelodie die verstoord wordt door opvoeding school en dergelijke. Je wordt geboren met een melodie en kennelijk kun je vals gaan zingen als er ergens iets in de weg zit.
Het plaatje lijkt zo ideaal. Maar als de theorie van Moolenbergh klopt dan is er kennelijk ergens iets anders gelopen dan dat het had gemoeten en ben je onbewust beïnvloed in je systeem dat daardoor van de wijs is gebracht.
Moet je iets anders gaan doen? Moet je je leven anders indelen? Of is het de bedoeling dat je er nog meer uithaalt? Of zou het zo kunnen zijn dat je je kwaliteit en persoonlijkheid ergens anders in moet zetten, dat de wereld in crisis zit te wachten op jouw talenten, omdat het anders moet.
Tijdens je elevator pitch overtuigde jij je publiek voor jou te stemmen omdat het in de financiële wereld niet langer zo kan. Dat er behoefte is aan een vrouwelijke kant en dat er iets op de schop moet. Je broedde dagen lang op de woorden die in 1 minuut samen moesten vatten waar jij voor stond. Maar ineens liet jij de ingestudeerde zinnen zitten en kreeg jij een ingeving. Diep van binnen wist jij waarom je daar stond en kennelijk wist jij dat op anderen over te brengen.
Het moet lastig zijn dat je geen concrete antwoorden krijgt op je vraag wat je levensmelodie is. Ik denk echter dat je diep van binnen heel mooi zingt en dat je inzichten zult krijgen hoe je je gezang publiekelijk ten gehore kan brengen. Misschien duurt het nog even, maar ik verheug me op jouw concert!
Ochtendritueel
Guy, Tobias en Quirijn doen boodschappen. Krister heeft net een boterham gegeten. Althans een poging gedaan. Alle stukjes gooide hij een voor een op de grond. Driekwart banaan gaat er nog net in. Hij keek hoe het laatste stukje de grond raakte. Hij zit nu achter zijn blokkenkar. Hakkend met een zwaard op een helm. Ik pak mijn camera voor een filmpje. Helaas geen batterij.
We hebben er al een dag opzitten, zo lijkt het. Terwijl Guy nog heerlijk in bed lag ging ik met de mannetjes naar de bakker. We haalden brood voor de week, een broodje voor hen en een croissant voor Guy. Apart lieten we een croissant voor Ger verpakken. Die is alleen thuis. Heerlijk om zo in alle vroegte op pad te zijn. De mannetje genoten en verkozen dit ochtendtripje boven het weekend ochtenduurtje televisie kijken. Wat wil je nog meer.
Thuis aangekomen perst Tobias de sinaasappels terwijl Quirijn de tafel dekt. Vorige week was het andersom. Krister geeft af en toe een gil als zijn korst brood op. Hij heeft geen oog voor alle gezelligheid en een gedekte tafel. Tobias en Quirijn nemen het ochtendritueel zeer serieus. De deur wordt voor Guy gebarricadeerd totdat alles klaar is. Heerlijk zo’n zaterdagmorgen zonder haast.
Aan tafel heeft Quirijn een plan dat enkele momenten later tot uitvoering wordt gebracht. Met mijn zoontjes zit ik even later op en neer in de trein naar Haarlem terwijl Guy probeert een pilates bal in de hoogte te houden. Zelfs Krister houdt van treinen en zwaait als een dolle als er weer een langs komt.
Ik geniet in de trein. Van het nutteloos heen en weer gaan. Van de lol van de mannen. Geen doel, geen haast. Niets hoeft vandaag. Alleen maar genieten. Genieten van niets, genieten van elkaar en van alle mooie dingen. Ik ben klaar voor het middagprogramma.
Knobbels en bobbels
Woensdagochtend 10 uur. Ik denk aan je, maar kan me geen voorstelling maken. Ik merk aan je dat je er geen zin in hebt. Je probeert zo positief te blijven. Het siert je. Je hebt het nodig. Je wilt niet klagen. Je doet je best. Je wilt gewoon doorgaan. Het lukt niet echt. Je lichaam is moe en dat is confronterend. Het spannende is er van af. Hier zou het moeten stoppen. Het gebeurt niet.
Ik weet niet wat ik voel. Ergens lijk ik verdoofd. Alsof ik een pantser heb opgetrokken. Ik probeer te voelen wat ik voel als Guy vraagt hoe het gaat. Er komt iets op me af. Maar ik ben gewapend. Ik ben een koning het negeren van mijn emotie. Of ik wil of niet.
Gisterenmiddag om half 3 kreeg ik een sms van Michiel. Of ik me geen zorgen wil maken over zijn twee insulten die hij die dag heeft gehad. Fuck! Maandenlang verheugde hij zich op de functie waarin hij vorige week begon. Maar zonder auto komt hij nergens. Ik kijk op de klok. Mijn moeder zit bij de radioloog met Stef. Een tweede biopsie. De sms zal zij nog niet gelezen hebben. Ik kan niet voelen wat ik voel.
Ik ben gewapend als ik haar even later aan de telefoon heb. Het lukt me goed mijn gevoel uit te schakelen. Ook al wil ik dat niet. De biopsie is weer niet gelukt. Ik word er akelig van als ik denk aan twee maanden geleden, maar ik heb mijn afweermechanisme aangezet.
Ik word er gek van dat het al zo’n tijd om gezondheid draait. Ik wil boos zijn, maar het lukt niet. Ik wil huilen, schreeuwen, trappen, maar ik ben verdoofd. Aan tafel zit de loodgieter. Hij probeert de ernst van ons lekke dak over te brengen. Het kan me niet zo veel schelen. Ik lach het weg en zeg hem dat er ergere dingen zijn. Hij kijkt me aan alsof ik gek ben. Maar ik voel dat dat echt zo is.
Spiegelbeeld
Gisteren keek ik in de spiegel. In een betoog van mijn kant over een cultuurverandering binnen het ziekenhuis refereerde ik aan het incident met de chirurg. De facility manager die aandachtig naar mij luisterde vroeg mij hoe de toehoorders aan de leestafel reageerden. Wat zij er aan hadden gedaan om dit te veranderen. Haar opmerking ging sneller dan mijn gedachte. Toen ze even later dezelfde vraag voorlegde met mijzelf als lijdend voorwerp besefte ik tot mijn spijt dat ook ik er niets aan had gedaan.
Ik schrok van het beeld. Dat ik was weggelopen van mijn verantwoordelijkheid. Hoogste tijd voor actie. En dus liep ik 10 minuten later met gerechte rug naar de poli chirurgie om een afspraak met de betreffende dokter te maken. Een rechte rug omdat dat zou moeten uitstralen dat ik in mijn comfortzone zat. Maar diep van binnen voelde ik enorme paniek. Toch realiseerde ik me dat het feit dat ik verschil kon maken goed is. Een betere wereld begint immers bij jezelf.
Het lijkt er op dat spiritueel leiderschap de afgelopen maanden is binnengedrongen in het bedrijfsleven. Op meerdere plaatsen in werk en privé-omgeving kom ik mensen tegen die meer willen halen dat alleen financieel gewin. Het gegeven dat ik in een omgeving zit waar de ruimte is om elkaar een spiegel voor te houden is veelbelovend. Het bewustzijn heeft ruimte gekregen.
Verandering hoeft geen jaren te duren. Als je maar de juiste middelen hebt en er voor open staat om tot inzichten te komen. Ik zie zo veel kansen en ben op zoek naar nog meer instrumenten.
De wereld ziet er anders uit in een paar dagen tijd. De zon schijnt. Hier en in Zweden. Jij voelt je goed, niet misselijk, geen pilletjes, alleen wat moe. Wat ben je blij dat dat alles is. En wat ben ik blij. Voor jou. Goed nieuws voor nu en voor over twee weken. We zitten in een flow.
Moeten en genieten
Ik zit op de vensterbank. Voor mij zit Krister te spelen. Hij verwondert zich over een fisherprice auto met ballen. Hij lacht. Kijkt mij trots aan en lacht opnieuw. Wat is het mooi om te zien hoe een kind iets ontdekt. Hoe trots een kind kan zijn op zijn eigen kunnen. Konden we dat altijd maar vasthouden. Die trots op jezelf. Omdat je iets nieuws ontdekt.
Waarom dat gevoel? Terwijl ik zit op de vensterbank en niets moet. Het gevoel zegt iets anders, toch is het niet zo. Het is iets onrustigs. Het gevoel dat ik actie moet ondernemen. Maar waar voor. Ik hoef niets, behalve genieten. Tobias en Quirijn zijn naar de kinderboerderij met een vriendje. Ik ben alleen met mijn jongste zoontje. Buiten regent het. De administratie is gedaan, de was is klaar, het eten gekookt, de mail gecheckt, mijn werk kan rusten. Ik hoef niets. Maar het gevoel blijft.
Ik kruip achter de computer en ga schrijven. Mijn writersblock overwinnen. Ik schrijf, het lukt. Het onrustige gevoel verdwijnt. Achter mij heeft Krisje een sambabal gevonden en een pannetje waarmee hij samen veel lawaai kan maken. Hij is trots en schatert. Ik geniet, ik draai me om. Hij heeft me niet nodig. Hij kan het alleen. Hij geniet.
Ik heb het steeds meer geleerd, maar het blijft een klus voor mij. Zijn in het nu en niet in je to do list. Er bij zijn als je er bent. Vooral met de kinderen. En niet in je hoofd bedenken wat je nog allemaal moet. Intense aandacht, luisteren en praten. Genieten.
Een doos ligt op de grond. De inhoud ook. Zes wuppies, een kinderkookmes, een houten ei. Daarnaast een kapot vliegtuig. Krister ligt er tussen. Schudt zijn hoofd heen en weer. Een geluidje. Hij staat op en beweegt zich langs de kast. Gaat aan de vensterbank staan en kijkt naar de lego van zijn broertje. Hij kruipt naar mij. Trekt aan mijn broek. Hij wil aandacht. En wel nu. Ik til hem op en neem hem op schoot. Niets moet behalve genieten. Het is goed zo!
Tafeltje dekje
Op dag tien na de geboorte van Krister stond een moeder van een vriendje van Tobias aan de deur met een grote Ierse stoofpot. Op dag elf kookte een andere moeder voor ons een Hollandse ovenschotel, met chocolaatje toe. Ik vond het zo’n mooi gebaar, beter dan ieder kraamcadeau.
Een goed voorbeeld doet volgen. En dus reed ik vandaag zelf met twee tassen vol met eten langs twee vriendinnen. Een met drie kinderen en zelf Pfeiffer. Immer positief, maar nu er door heen. Lichamelijk en psychisch. Nu een keertje in voor aandacht voor zichzelf. De ander ook altijd met een glimlach maar nu even niet omdat zij morgen onder het mes gaat voor haar knie. Niet ernstigs, maar wel vervelend. Ik dacht aan mijn dankbaarheid van ruim een jaar geleden en besloot zelf schalen aan te gaan bieden.
Op pad in mijn pandaatje, met Krister achterin. Het was maar goed dat de andere twee aan het spelen waren. Want die hadden mijn actie nooit leuk gevonden. Ook Krister zag het gebaar niet als iets vermakelijks, maar trok iedere keer als hij mij uit het oog verloor zijn scheur open alsof hij zelf dat eten wilde. Of die aandacht van mij.
Ik kom aan bij de vriendin met de moeheidsziekte, zoals ik dat tegen Tobias zei. De dankbaarheid was groot, de tranen in de ogen. Omdat de mensen zo lief voor haar zijn. Daar waar zij altijd het hart onder de riem bij een ander stak was ze blij dat ze het terug kreeg. Ze kon niet ophouden met huilen, knuffelen en heel veel dank je wel zeggen. Het kwam zo goed aan.
Krister zet ik weer terug in de auto en we gaan op weg naar Haarlem. Ik bel Erika dat ze maar alvast naar beneden komt. Nu ze nog kan lopen. Ze neemt de tas aan, twee bakken met soep en een ovenschaal voor morgen. Ze is blij en dankbaar. En ik ook. Want wat is het toch fijn om mee te kunnen leven en iets voor een ander te kunnen betekenen. Iets om te onthouden.
Wijze heren
‘Zenuwachtig’, antwoordde mijn moeder op mijn vraag hoe zij zich voelde. Ik zou niet in haar schoenen willen staan. Alle kaarsen in het huis zal ik aansteken. Het orakel zal vanmiddag spreken en bepalen of haar levenswerk vertaald wordt in een promotie. Of dat ze het eigenhandig uit zal geven. Want hoe dan ook. Deze constatering moet naar buiten. Kosten van het kost.
Het traject is idioot. Idioot dat een man wenst dat een verhaal niet aan de wetenschap wordt toegevoegd. Niet omdat het beneden de maat was. Maar omdat de inhoud hem niet aanstond en het te veel te weeg zou brengen. De actie bleek onsuccesvol. Want in plaats van het proces te staken zocht de promotor van Emilie een andere universiteit die wel iets in het verhaal zag. En inmiddels zijn we twee jaar later.
Twee jaar na de twee jaar waarin mijn moeder haar verhaal op papier deed. De snelheid waarmee ze haar proefschrift schreef is tekenend voor haar werkwijze. Maar ook voor haar passie om op te komen voor minderheden en de onderste steen boven te halen. Er moet en zal gelijk behandeld worden.
Je zou toch maar even haar zijn. Een voorstelling maakt je nerveus. De rit van Naarden naar Tilburg. Het wachten omdat je te vroeg bent. Het wachten omdat de commissie nog spreekt. Het openen van de deur. De blik van de commissie. Alle ogen op je gericht. En dan het hoogste woord eruit. Er is unaniem besloten.... Wat een opluchting. Wat een prestatie. Haar verhaal levert een wezenlijke bijdrage aan de wetenschap.
Ik mis twee telefoontjes. Ik zie dat ze belt. Ik voel de zenuwen. Het is goed zo. Zij is in alle staten. Ik ook. Ik zet al mijn plannen opzij en ga vanavond naar Naarden. De bloemiste maakt een prachtig boeket. En geeft een aparte roos als symbool voor de strijd van de vrouw. Ik ben zo trots. Trots op mijn moeder, op haar doorzettingsvermogen, op de kracht die ze heeft om zich niet uit het veld te laten slaan en op haar passie om zich in te zetten voor onrecht in de wereld. Hulde!
Schijn bedriegt
Als je ons zessen op een rij zou zetten zou je jou als eerste naar huis sturen als je iemand vroeg een van de meiden aan te wijzen die gezond was. Je mooie huidskleur, je dikke lange haar en je stralende lach verbergt alle ellende. Jij bent alles behalve patiënt, althans zo lijkt het. Maar niets is minder waar. Want schijnt bedriegt.
Ik moet er steeds aan denken. En ook niet. Het weekend was zo vertrouwd. Als vanouds. We moesten zo lachen, zo intens. En ook huilen. Het leek heel gewoon, maar dan ineens word je wakker en stap je even van de wolk. Want niemand die het niet weet zal het zien. Maar wij weten beter. Achter die stralende lach zit iemand die - hoe positief ook - een ingrijpend proces meemaakt. En die heel hard haar best doet om alles uit dit weekend te halen en er kosten wat het kost bij wil zijn. Hoe misselijk, hoe ellendig de effecten van laxerende middelen en hoe groot de afstand ook.
En met succes. Want het was geweldig. Na een uur in de Lanteern had ik al zo veel lol gehad dat het goed was als ik dan al terug moest. Het is mooi om te zien hoe we met elkaar zijn, hoe iedereen haar rol weer pakt en hoe fijn het is dat we zo veel jaar verder zijn. Dat we ouder zijn, wijzer, minder op ons zelf gericht, zekerder. Door slechte eigenschappen te onderkennen en trots te zijn op goede. Het is mooi om te zien hoe krachtig wij met elkaar zijn.
Tussen de schaterlachen door van pijn in mijn buik schiet even jouw situatie door mijn hoofd. Je ziet niets. Er is ook niets, want ook jij kan intens genieten. Niet omdat het moet, maar omdat je het zo graag wil. En omdat je je open stelt kan je ook intens beleven. Niet alleen met lachen. Er was ook veel ruimte voor tranen, over het leven en de dingen die op je pad komen, nu bij jou confronterend genoeg.
Het zal er mooi uit hebben gezien. Zes prachtige krachtige vrouwen, die staan voor een mening. Lachen, genieten, positief. Je zou er bijna jaloers op zijn. En dat mag ook, want het is mooi en om trots te zijn. Ook al is niet alles wat het lijkt.
Koninkrijkjes
Waar komt het idee vandaan dat sommige mensen zich verheven voelen boven anderen? Dat er mensen zijn die zich beter voelen omdat ze een trucje kunnen, gestudeerd hebben of omdat een wereld zonder hen niet denkbaar is. Waar is het begonnen dat een specialist zich een koning voelt in een rijk waar alleen hij heerst. Dat hij niet kan bedenken dat er zo veel anderen zijn zonder wie een koninkrijk niet zou bestaan.
De vraag hoe houding en gedrag van sommige specialisten is geworden zoals die is houdt me bezig. Ik weiger te geloven dat dat er van kinds af aan inzit. Artsen die met passie hun werk uitvoeren omdat ze iets voor anderen willen betekenen zijn toch met die motivatie ooit aan hun studie begonnen. Althans dat zou je denken. Wat maakt het dat zij anders worden, dat zij acteren zonder enig empatisch vermogen, denken bovenmenselijk te zijn en ervan overtuigd zijn geen fouten te maken.
Het is wat kort door de bocht om alle artsen over een kam te scheren. Er zijn genoeg artsen die staan voor hun passie en meeleven met hun patiënt, tot op zekere hoogte. Gelukkig maar. Want zij nemen mensen serieus en laten iemand niet voelen alsof hij een nummer is. Was iedereen maar zo.
Waar is die arts die niet zo is zijn levensmelodie anders gaan zingen. Waar is hij beïnvloed? Waar heeft hij iets niet meegekregen wat anderen wel hebben? Waar is het misgegaan?
Er worden paralellen getrokken met de gezondheid- en hotelwereld. Met de gastvrijheid die is er is, of zou moeten zijn. Een hotelmanager stelt zich dienstbaar op om een klant een ultieme ervaring te bieden. En daar zit hem juist het verschil. Een arts hoeft zich niet dienstbaar op te stellen. Want zonder gastvrijheid wordt iemand ook wel beter. De gebakken lucht is niet nodig voor de dienst die wordt geleverd. Maar dat gaat veranderen. Over tien jaar weet niemand beter en staat iedereen weer voor zijn kinderpassie. Mensen met een goed gevoel beter maken. Lompheid wordt niet meer geaccepteerd. Een lange weg te gaan, maar een mooi vooruitzicht!
Huilen
Ik heb net een nummertje getrokken. Mooi systeem. Alsof je bij de bakker zit. Het is even wachten. Het is vroeg in de ochtend. Maar velen wachten met mij. Ik kijk op de klok. Nog vijftig minuten te gaan voordat jij weer mag. Om mij heen lopen mensen met infusen. Een ommetje maken in de lichtstraat. Het enige licht dat zij die dag zien.
Er wordt geprikt. Ik denk aan jou. Aan hoe veel hekel je hier aan hebt. De verpleegkundige is aardig. Ik vind het ook een rotgevoel. Hoe vaak ik vroeger ook ben leeggeprikt voor allergieën, het went niet. Hoe veel infusen jij ook hebt gehad. Het zal nooit je hobby worden.
Bloed afgeleverd. Ik kan wachten. Ik loop naar de kapel en steek een kaarsje op. En nog een voor jou. Wat is het hier toch mooi, zo vredig in een omgeving waar zo veel ellende is. Ik ga zitten, sla een kruisje en loop weer weg. In de koffieruimte ga ik zitten met een laptop. Ik eet mijn boterham voordat ik een aantal uren niets mag eten. Ik typ en typ en even is de wereld om mij heen vergeten.
Ik voel me goed. Een beetje nerveus. De gedachte aan jou maakt me verdrietig. Ik weet hoe vervelend je het vindt. Dat het je elke keer in het ziekenhuis zo tegen valt. Hoe aardig iedereen ook tegen je is. Het is de sfeer. Van niet gezond zijn, maar patiënt. Van niet de vrijheid hebben, maar afhankelijk zijn. Van geen controle kunnen uitoefenen, maar moeten ondergaan.
Ik loop naar boven en word naar een apart kamertje gebracht. Het had zo een wachtruimte van een spa-resort kunnen zijn. Dat is het niet. Iedereen heeft een kan water naast zich. Ik type verder. Ik neem wat slokjes en zie op tegen het infuus.
Het is ook zo weer achter de rug. Toch word ik er verdrietig van. Van niet de vanzelfsprekendheid hebben dat je gezond bent. Van de omgeving, van alle zieke mensen om je heen, van jouw chemo. Ik moet huilen. Ik loop naar het restaurant. Ik eet een broodje en schrijf een kaartje. Naar jou. Nog even en je hoeft het niet meer mee te maken.
Sparen
In de gang staat een vaasje. En in dat vaasje zitten muntjes. Kleine muntjes. Grote muntjes. Zelfs een briefje van vijf. Mijn kinderen hebben geen notie van de inhoud. Wel van de manier hoe ze erin zijn gekomen. En daar zijn ze trots op. Terecht!
Tobias wilde een spelletje. Uit het niets. Kopen. Dat hadden we natuurlijk kunnen doen. Even naar de site van Bol.com en twee dagen later zou Mario Wintergames op de mat liggen. We zouden ’s avonds spelen en de kinderen zouden dolgelukkig zijn. Nog gelukkiger zouden ze zijn als ze er zelf voor gespaard zouden hebben. En dus startten wij twee geleden een gezamenlijke spaaractie. Iedereen die een klusje deed kon een centje verdienen.
Er werd geschrobd en geboend. Papier werd naar de papierbak gebracht. Er werd zelfs geruzied wie het plastic in het luik mocht stoppen. De muntjes die we kregen voor de lege flessen werd opgeofferd. De actie was een groot succes. Nog nooit waren mijn kinderen zo fanatiek. Nog nooit waren ze zich bewust dat je moet werken om iets te kunnen kopen.
Het huis blinkt. Vanmorgen weer hadden mijn oudsten goed mee geholpen. Het is tijd om de pot om te draaien. Quirijn mag de donkere muntjes er uit halen. Tobias de vijftig centjes. 21 euro hebben we verdiend. Fantastisch. Nog 30 euro tekort voor het Wii spelletje. En dus ontvingen mijn kinderen en ikzelf ieder een briefje van 10 euro voor onze poetsactie. Gelukkig maar dat ze geen benul van geld hebben. De spaaractie zou een averechts effect hebben.
De vaas zetten we gevuld terug in de gang. Vanmiddag gaat het
gebeuren. Dan gaan we met de hele familie en vaas en al naar de winkel om van onze zelf verdiende centjes een Wii spelletje te kopen. De omgetoverde spaarpot zal omgedraaid worden op de toonbank en de juffrouw zal ieder zuur verdiend centje tellen. En wat zullen de kinderen blij zijn met hun spelletje. En trots. Wat kan opvoeden toch ontzettend leuk zijn.
Mooi rood
De oppas belde dat hij mooi was. In een enveloppe had ik haar het resterende geld gegeven. Zij zou de bank in ontvangst nemen. En ze wist hoe we twijfelden. Of hij wel mooi was. En niet te rood. Niet te plastic, of te leer. Het was heel lief dat ze meteen belde toen hij in de kamer stond. Om mij gerust te stellen.
Maar smaken verschillen. Ik schrok me rot. Enorm. Van dat rode gevaarte. Van de stijl, veel te modern, van de kleur, veel te rood, van alles. Ger kwam kijken. Vond de bank wel mooi, maar even wennen. En dat was het ook, even wennen. Ik kon me wel voor mijn hoofd slaan dat ik zo graag rood wilde. Omdat dat iets anders was.
En dus de volgende dag naar de Ikea. Om een kleed te kopen en een tv meubel. Ik sjouwde met veel te veel kilo’s op een wagentje door de Zweedse zaak. Niet bedenkend hoe ik het volume van drie lange dozen in mijn kleine autootje gevuld met drie kinderzitjes kon krijgen. Ook het afrekenen deed ik zonder na te denken.
Ik keek naar de dozen op het wagentje. Ik keek naar mijn auto. Wat mij betreft moest het lukken. Alleen moest ik iemand checken die me kon helpen tillen. De man die ik aanschoot keek me aan. Als of ik gek was. Ik grapte nog over het gebrek aan ruimtelijk inzicht van een vrouw. Hij voelde zich voor mijn karretje gespannen. Maar het lukte. Natuurlijk.
Het kleed legde ik voor de rode bank. Ik was tevreden. Best leuk dat rood. Ik sjouwde wat meubels heen en weer en wachtte enthousiast op Guy’s thuiskomst. Maar hij vond mijn aankopen verschrikkelijk. En dus kon alles weer in de verpakking. Ik teleurgesteld en eigenlijk boos. Ik vond dat hij het mooi moest vinden. Maar smaken verschillen.
Inmiddels zijn we een kleine interne verhuizing verder. En zijn we allebei tevreden. Ik ben gewend en vind de bank echt mooi. Hij is rood, anders en stoer. Hij vult de hele kamer, maar het past. Hij past bij ons, bij de wil iets anders te doen dan wit, buiten het kader te denken. Het was even wennen maar het is meer dan goed zo!
Ziek zijn
Het was vier maanden geleden. Ik herinner mij de stem van Alex goed. Ik was in shock. Jullie niet. Misschien omdat je nog niet wist wat er boven je hoofd hing. Misschien omdat het geen zin had je zorgen te maken. Alleen de intense aandacht van de verpleegkundigen verontrustten jullie. En door die mededeling werd ik alleen maar ongeruster. Alsof de aarde onder mijn benen vandaan wordt getrokken. De gedachte alleen al. Maar jullie bleven rustig. En ik deed mijn best.
De gedachte aan ziek zijn, aan kanker, aan chemo’s, aan misselijk zijn, aan alles maakte me verdrietig. Een gedachte van iets abstracts waar je je geen voorstelling van kan maken. En misschien daarom zo verschrikkelijk. Als het ergste wat jou kon overkomen.
Maar je hielp ons er door heen. En jezelf. Je ging schrijven. We vonden een nieuwe manier om te communiceren. En inmiddels zijn we zo veel weken verder. Je bent ervaren. Het is niet leuk, maar je kan het heel goed aan. En ik ook, omdat ik weet hoe je er mee om gaat. Ik zie hoe positief je bent, hoe je buiten je ziekte zo kunt genieten. Hoe dankbaar je bent dat het niet meer is. Hoe je vecht om er ook zelf iets aan te kunnen doen. En hoe je je emoties de ruimte geeft.
Het maakt het draaglijk. En als je niet uitkijkt een futiliteit. Het is iets wat er bij hoort, maar wat jou betreft niet de boventoon heeft. Want er is meer dan ziek zijn. En dat laat jij maar al te goed zien.
Als je je vier maanden geleden het beeld van nu zou voorleggen. Dat je het eens in de twee weken heel zwaar hebt. Dat je je emoties dan niet aankan en dat je verdwijnt in je verdriet. En dat je de dagen daarbuiten over het algemeen positief bent. Ondanks de lichamelijk ongemakken. Misschien zou je het toen niet durven geloven en zou je er voor tekenen. Misschien wist jij toen al hoe het zou zijn. Het is bewonderswaardig hoe jij je ziekte ondergaat en aanpakt. Ondanks alle verdriet, pijn en onzekerheden die er bij komen kijken. Je bent al een eind op weg. Je weet hoe de weg loopt en kan licht in de tunnel zien. Ga zo door!
Goed nieuws
Het was het beste nieuws dat ik die dag kon horen. Toch voelde het anders. Raar wat het er door mijn hoofd ging. Wat moet het dan zijn? Wat moeten anderen wel niet denken? Stel ik me aan, ik voel toch wat? Zit het tussen mijn oren? Ik probeerde mijn tranen te bedwingen terwijl we het ziekenhuis uitliepen. Het moet een raar beeld zijn geweest. Alsof er iets verschrikkelijks aan de hand was. Wat er godzijdank niet was.
Ik voelde me schuldig. De onzekerheid die mijn moeder kreeg. Jij die voor het echhie onder een scan lag. Maar wat had ik dan willen horen? Had ik willen horen dat iets mijn pijn kon verklaren, dat ik niet voor niets onder het apparaat had gelegen. Dat zou dan wel de omgedraaide wereld zijn. Maar even leek het zo te zijn.
En gelukkig duurde even maar even en durfde ik onder ogen te komen wat ik voelde. De wereld draaide terug. Mijn gemoedstoestand ook. Ik werd blij. Blij van het nieuws dat er niets te zien was. Blij dat er niets vervelends is dat de pijn kan verklaren. Blij dat ik niet weer onder het mes moet. Dolblij dat ik volgens de scan gezond ben.
Dat uitgangspunt van gezond zijn is rijkdom. Het maakt pijn minder intens. Het verzacht. Die wetenschap maakt alles heel goed te dragen. Dat te weten kan misschien wel naar de achtergrond verschuiven wat maandenlang op het podium stond. Eindelijk is er ruimte het een plaatsje te geven.
En daar kan een hoop bij helpen. Want ook emotionele gezondheid speelt een belangrijke rol. Je hoeft niet alleen op je gezondheid te letten als je ziek bent, juist niet. Lang leve de Paleo dieten en het mediteren. Lang leve de acupunctuur en al die dingen die alleen al het gevoel geven dat je goed bezig bent. Lang leve het bewustzijn en lang leve ons leven dat we misschien vanaf nu wel nog bewuster zullen invullen.
Stilte
Het is zondagmiddag. De kinderen zijn beneden bij Guy. Ik zoek een goed plaatsje. Dag drie van de 100. Nog 97 te gaan. Jij bent 4 dagen verder. Een mooi voorbeeld en een mooi houvast. Ik installeer mij op ons bed. Zet de wekker een kwartier later en zoek rust in mijzelf.
Ik hoor mijn kinderen luidruchtig enthousiast spelen. Rennend door de kamer. Ik zit muisstil en probeer er niets van te vinden. Gedachten vliegen door mijn hoofd. Ik probeer ze te negeren. Ik hoor de wind, de gordijnen heen en weer gaan. De vogels buiten. De klok tikt. Het lijkt elke keer iets beter te gaan.
Ik hoor iemand om mij roepen. Ik reageer niet. Nog eens mijn naam. Weer weet ik mij ervan te weerhouden een reactie te geven. Ik hoor iemand de trap op lopen, drie keer achter elkaar roepend. Ongeduldig. Waar ben je nou? Ik ben stil, muisstil. En probeer er geen aandacht aan te geven.
Tobias loopt de slaapkamer binnen. Ik reageer niet. Hij loopt stapje voor stapje naar me toe. Hij is heel stil, ik hoor alleen zijn voetjes. Hij beweegt wat heen en weer. Ik voel dat ik aan word gekeken. Ik merk dat hij voor me staat. Ik doe mijn best me te concentreren. Dit kan toch geen slecht voorbeeld zijn. Ik doe mijn best geen kick te geven. En dan ineens zegt hij ‘BOE’. Ik val uit mijn rol en moet verschrikkelijk lachen.
Lachen om de humor van mijn kind die mijn act van het stil maken in mezelf niet serieus neemt. Lachen om de manier waarop hij zo stil mogelijk probeerde te zijn om mij dan zo te laten schrikken. Lachen om mijzelf, het tafereel. Dat ik daar zo zit, op het bed, terwijl de hele familie beneden zit.
Ik druk de wekker uit, stap van het bed en ga de drukte in. Een heerlijk gevoel. Ik ben tevreden. Ik voel me rustig en gelukkig en kan de wereld aan. Morgen weer een dag.
Kabouterhuisjes
Ze hadden er niet zo’n zin in. Er werd echt tegengestribbeld. Liever een speeltuin, een treinbaan maken of in de tuin spelen. Maar niet naar het bos. Bijna had ik me er aan overgeven. Omdat ik het beeld van twee hangende jongetjes al voor me zag. Maar toch zette ik door. Ik wilde zo graag naar buiten. En dus zaten we even later in de auto.
Ik had ze geprobeerd te paaien om een spiegeltje mee te nemen. Tobias stopte een vergrootglas in zijn rugzak. Eigenlijk waren ze best enthousiast. Bepakt en bezakt klaar voor de zoektocht naar paddestoelen.
Het was heerlijk weer. De lucht was blauw, de bladeren geel verkleurd. Er waren meerdere mensen op het idee gekomen. Iedereen in goed humeur. Lachend naar de kinderen. Om hun enthousiasme. Om de manier waarop ze er uitzagen. Genietend van het beeld van een gelukkig gezin met zo veel moois.
We lopen het eerste pad op. Ik kijk om me heen. Ik had er meer verwacht. Zouden ze dan al weg zijn? Wanneer groeien paddestoelen eigenlijk? Ik hoop dat het geen teleurstelling voor ze wordt. Dat mijn gebrek aan biologische kennis hen verdriet zal doen. Ze merken niets van mijn twijfel. Gelukkig maar.
Ik kijk naar rechts. In de berm zie ik eindelijk een heel klein paddelstoeltje. Nog steeds in de waan dat dit misschien de laatste van zijn soort zou zijn voor dit jaar maak ik hem enorm groot voor de jongens. De spiegel wordt erbij gehaald en Tobias legt zijn vergrootglas er boven. Ze weten niet wat ze moeten zien maar vinden het prachtig.
De eerste bleek er een van zo velen. Natuurlijk. Want het is herfst en vochtig en zo en dan groeien toch? We stoppen bij ieder exemplaar. Spiegel uit de tas. en vergrootglas. Het werd zo’n groot succes dat het de kinderen waren die wilden blijven. Nu waren wij het die gestimuleerd moesten worden. Om te genieten van ieder prototype van moeder natuur. Missie meer dan geslaagd!
Nog drie te gaan
Ik schrik er van als het al elf uur is. Je bent al een uur onderweg. Ik stuur een sms. Ik leef zo met je mee. Hoe zou je je voelen? Ik hoop heel erg dat het beter gaat dan vorige keer. Dat het niet weer een deceptie wordt. Dat ze lief tegen je zijn. Dat ze goed prikken. En vooral geen opmerkingen maken over haar wat wel of niet zou uit moeten vallen.
Gisteren had je het zwaar. Ondanks al je positiviteit. Je lichaam liet je in de steek. Misschien ook omdat je opzag tegen de volgende dag. Hoe zou vandaag dan zijn? Zou je de voorstelling die je in je hoofd had gemaakt nog eens kunnen afdraaien. Een laptop mee en blije film of soap. Een briljant idee. Het ga je je er door heen slepen? Die vreselijke 3 uur. Met zakken gif en heel veel kou. Gaat het je lukken je af te laten leiden?
Een wereld anders. Een andere wereld. Terwijl jij wordt behandeld zit ik aan een warm kopje thee in een warm huis. Krisje slaapt. Ik denk aan jou. Dat je nu echt over de helft bent geeft me rust. Je weet hoe het werkt en hebt je draai gevonden. Je doet het goed. De scan laat het zien. De maand dat jij schoon bent lijkt al zo dichtbij. Toch blijft dit moment klote. Hoe zou je je voelen? Nu op dit moment?
Ondertussen haal ik de kinderen van school. Thuis maak ik een pan soep en wacht ik op Erika. Goede en gezellige afleiding. Je zou het bijna vergeten. Mijn telefoon gaat. Quiriijn neemt hem op. ‘ Met mij Kerstens. Wie bent u? Mam het is Kim!’ Kim? Wat ben ik blij dat je belt. Juist nu!
Jij bent blij. Het ging zo goed! De prikken, de zakken, de emoties, de kou. De film had je niet eens afgekeken. Wat ben ik blij. Voor jou. Ik kan het niet omschrijven. Het is je weer gelukt. Weer heb je ergens je tanden ingezet om het niet weer zo’n drama te laten zijn. Je hebt er alles aan gedaan om er het beste van te maken. En weer ben je geslaagd. Wat ben ik blij voor je. En enorm trots hoe je dit ondergaat. Nog drie te gaan. Goed te overzien en best nog te handelen op deze manier. Hoe klote ook. Keep up the good spirit!
Trouwen
De uitnodiging bracht al veel te weeg. Net als traject er naar toe. Rutger en Hannah zouden gaan trouwen, of eigenlijk niet. Wat hen dreef en wat ze voor ogen hadden was voor ons niet duidelijk. Wel dat ze het vooral heel anders wilden dan bij ons. Waar je normaal gezien respect zou hebben voor iemands denkwijze en gedachten konden wij hier niets van maken. Loslaten door te observeren en niet te oordelen ging volledig niet op. Spijtig, maar waar.
We vonden er van alles van. Van de uitnodiging, prachtig, van de consumptiebonnen, waardeloos, van niet mogen speechen, suf, van geen vrijgezellen, ongezellig, van toch maar niet trouwen, radeloos. Wekenlang hield de illegale bruiloft ons bezig, vooral in negatieve zin. Misschien wel omdat we geen rol mochten hebben of omdat het idee van consumptiebonnen volledig indruiste in onze visie op een feestje.
Hoe dan ook de dag was daar. Guy had helpen opbouwen en kwam enthousiast terug. Oprecht. Er was hoop! In de auto op weg kregen wij een lesje loslaten van Erika, die met ons meereed. Erg goed lukte mij dat nog steeds niet, maar we deden ons best. Moeilijker werd het toen we op het voormalige hippieterrein kwamen. Het was erg vaag, ranzig en vooral heel kustzinnig. Dat laatste volgens andermans maatstaven dan.
Een verrassing was het kerkje waar het evenement plaatsvond. De deur ging open en je liep een paradijsje binnen. Goede sfeer, lange tafels. Flessen wjin op tafel, vooral veel gezelligheid. Even vergaten wij de consumptiebonnen die ons een moment daarvoor waren uitgedeeld. Het leek erop dat iedereen er erg veel zin in had en dat wij de enigen waren die een mening hadden. Een confrontatie op zich.
Wat onwennig liepen wij op de moeder van Guy af en namen een glas wijn. Rutger begroette ons enthousiast. Enthousiast van alle mensen om ons heen. Wij werden blij van hem. Voor hem. En opeens konden wij loslaten. We keken, we observeerden en hadden er een positief oordeel over. Het was dan wel niet zoals wij het zouden doen. Maar dit was zoals Rutger en Hannah het bedoeld hadden. Het beloofde een mooie avond te worden.
Speechen
De avond was een paar uur op weg. We zaten samen met Maurice, Francoise en een oud-collega van Hannah aan tafel. We praatten en lachten. Iedereen om ons heen vermaakte zich. De sfeer was goed. We hoorden iets over een kok die te laat was, maar besteedden daar nauwelijks aandacht aan. Meer waren wij bezig in ons gesprek en de gezelligheid van het moment.
Er ontstond was gerommel aan de tafel voor ons, waar de familie van Hannah aan tafel zat. Haar zus liep naar voren. Ging op het podium staan en pakte de microfoon. Guy kijkt Maurice aan. Francoise kijkt mij aan. Ik kijk naar Guy. In haar hand heeft zij een papier. Ze schraapt haar kijkt en begint te lezen ‘Lieve Rutger en Hannah’. Het verhaal was prachtig. Het moment gênant. Meerdere keren had Rutger aangeven absoluut geen speeches te willen van zijn broers. Nu richt zijn aanstaande schoonzus het woord tot hem.
De oud collega die de voorgeschiedenis niet kende kijkt naar Maurice en Guy aan. ‘Nu jullie’ zei hij vragend. Je zag aan de broers dat ze teleurgesteld waren. Maurice was aan vijf speeches begonnen maar had er geen afgerond. Omdat het niet de bedoeling was. En nu zaten ze daar, zonder voorbereide woorden. Terwijl ze zo veel wilden zeggen.
Guy liep naar voren. Gerechte rug. Ik had een knoop in mijn maag. Hield mijn hart vast voor wat hij wilde gaan zeggen. ‘Toen Bar en ik in de auto hierheen zaten vroegen wij ons af hoe jullie naar ons huwelijk gingen’. Even was ik bang dat dit de plank mis ging worden. Maar niets was minder waar. Het was een mooi verhaal, recht uit het hart dat ook bij het niet-bruidspaar goed aankwam. Dat kon ook niet anders.
Guy ging zitten. Wist niet wat hij gezegd had. Ik was trots, maar ook zo verdrietig voor hem om de situatie. Dat hij niet kon geven wat hij wilde geven. Het eten kwam op tafel. De kok bleek geen kok. We aten schoenzool met spinazie. Maar iedereen genoot en niemand leek te weten wat er achter de schermen gaande was. En dat was maar beter ook.
Slechte soap
Het zal je maar gebeuren. Dat je naar het ziekenhuis gaat met de veronderstelling dat je iets onbenulligs hebt. Het enige wat je bezighoudt is of je het nou wel of niet moet weg laten halen. Je denkt in 5 minuten weer op straat te staan, hopend de beste beslissing te hebben gemaakt. En dan zit je daar. Anderhalf uur lang. Het gaat over slecht nieuws. Over kwaadaardige tumoren en woekerende weke delen in zenuwen. En over bestraling. Als je knijpt om te voelen of je wakker bent constateer je dat dit geen droom is.
Het klinkt als een slecht bedachte soap. Een slecht verhaal is het zeker. Maar wel werkelijkheid. Het plot wordt nog slechter, beter voor de hoofdpersoon, dat wel. Als ze het hebben over een nieuwe punctie en de uitstraling die ze de vorige keer had stellen ze opeens een andere diagnose. De tumor krijgt een andere naam en wordt opeens goedaardig. Nog steeds ben je wakker. Maar je realiseert je niet wat er om je heen gebeurt en wat er nou aan de hand is. Niemand niet.
Het was de dag dat mijn zusje hoorde dat ze kanker had, of toch niet. Dat mijn vader naast haar zat in plaats van haar vriendje die ze juist nu nog meer miste. De dag dat ze na dit nieuws gewoon zou gaan werken, maar niets uit haar handen kon krijgen. En de dag dat ze dacht dat ze zich aanstelde omdat ze geshockt was door het gesprek.
Mijn reactie was mild. Guy merkte het op. Ik bemerkte het zelf. Ik voelde me schuldig, maar wist dat dat niet zou moeten. Was ik verdoofd, of wist ik door jou dat dit niet het einde van de wereld was? Ik kon het niet plaatsen. Net als zo velen, de dokter incluis.
Het verhaal komt me akelig te bekend voor. Over twee weken zal tijdens de operatie bekend worden welke naam het beestje krijgt. Hoe lang de nachtmerrie nog zal duren. Ik denk aan de zomer. We zaten op het terras en dachten aan het allerbeste. Diep van binnen wist jij beter. Ik hoop dat dat nu anders is.
Samenloop
Ik geloof niet in toeval. Ik realiseer me dat dat geloof me een eind op weg helpt en dingen voor mijzelf en plaats kunnen geven. Ik doe hard mijn best, maar heb erge moeite. Waarom moet dit zo lopen? Waarom moet mijn moeder een aantal dagen voor haar promotie haar dochter begeleiden naar het ziekenhuis. Waarom moet zij juist dan de angsten hebben en de hoop dat het gaat lopen zoals het zou moeten lopen. En dat niets verkeerd geraakt wordt.
Er zijn hoofd- en bijzaken zei mijn moeder twee dagen geleden. Ze heeft gelijk. Toch klopt het niet. Een scriptie kun je later inleveren. Een diploma kun je niet gaan ophalen. Maar de promotiepoppenkast afzeggen is in deze situatie nauwelijks een optie. Wat is de hoofdzaak? Of hebben we het hier over twee hoofdzaken? Het helpt je wederom te relativeren.
En misschien is dat dan wel de boodschap. Blijven relativeren. Dat wijsheid niet alles is als je niet gezond bent. Dat je met carrière alleen niet verder komt als je niet gelukkig bent. Dat heel erg had je best doen niets is zonder elkaars steun.
Ik kan het niet plaatsen. Ik kijk naar de emoties van mijn ouders. Ik zie hoe mijn zusje wordt beschermd voor haar eigen emoties. Door het er niet over te hebben. Opeens zie ik dat dat beschermen juist zo veel pijn doet. Omdat Stef het er in ieder geval wel een keer wil hebben over haar emoties. Omdat ze iets voelt. Omdat ze onzeker is, bang. En omdat ze dat zo graag met iemand wil delen. Maar er is geen ruimte. Ondanks alle liefde die er is.
De boodschap is duidelijk. Niet dramatiseren. We weten immers niets. Het beste er van maken, want het kan veel erger. Maar ondertussen zie ik personen met verdriet en angsten, die allemaal de behoefte hebben het te uiten, maar niet weten hoe. Ik signaleer het en zoek een manier het te doorbereken. Misschien is dit de zoveelste les. Het is de hoogste tijd. Mijn moeder heeft gelijk. Dit signaal is Hoofdzaak.
Gezelligheid
Het was een aantal weken geleden dat een vriendin op het schoolplein aan me vroeg of ik klassemoeder met haar en iemand anders wilde worden. Daar waar je normaal altijd twee moeders hebt die de dingen voor de klas regelen vond de juf het dit keer prima dat wij met zijn drieën waren. Als altijd zei ik ook dit keer geen ‘nee’ en had ik er een nieuwe taak bij.
Als klassemoeder stuur je mail van de directie door, regel je vervoer naar uitjes, zorg je dat de klas met kerst door ouders versierd en opgeruimd wordt, koop je verjaardagscadeautjes voor de juf en regel je af en toe een traktatie voor de kids. Je moet toch wat.
Twee keer per jaar vindt meestal op woensdag een koffieochtend plaats, die de klassemoeders regelen. In principe mogen alle ouders komen, maar zijn het vooral de moeders die het beeld kleuren. En daarom ruimte voor verandering. Want net als niet ‘nee’ kunnen zeggen laat het ik vaker niet bij het oude.
We stuurden een mail naar alle ouders voor een borrel bij ons thuis om al het moois te vieren dat dit schooljaar komen gaat. De ouders zouden drank meenemen en wij zouden de hapjes verzorgen. En zo geschiedde. We hadden wraps, humus, olijven, bladerdeeghapjes en zelfs soep als het heel gezellig zou worden. De klassemoeders en hun mannen namen de aftrap met de wijn en het bier dat ik voor de zekerheid had ingekocht.
De eerste moeders en vaders kwamen binnen, de tafel vulde zich met drank. De hapjes gingen rond, de gasten bleven komen en iedereen leek het gezellig te hebben. Er werd gelachen, veel gedronken, gegeten, kennisgemaakt en zelfs soep gedronken. Het werd een mooie en late avond, die anders was als al de anderen en die zich onderscheidde van alle koffieochtenden. Maar bovenal een avond die voor herhaling vatbaar was.
Woede
Ik open een mail over de Sint Maarten actie. Een positief begin. Hulde en lof voor de hoeveelheid snoep en de reactie van vele kinderen. Twee dagen daarvoor hebben we nagenoeg twee keer zo veel kilo’s snoep binnen gehaald als vorig jaar. Zelfs het jeugdjournaal besteedde er aan dacht aan. De hele school stond op zijn kop. De Voedselbank was helemaal blij. Het voelde als enorm overwinning.
En toen de rest mail. Een tip voor volgend jaar. Het goedbedoelde advies was reeds uitgevoerd maar door de schoolleiding – waar ze zelf onderdeel van is – afgekeurd. Ik wist dat het niet zou moeten, maar ik begin te koken. Het was vast heel aardig bedoeld. Toch voelde het niet zo. Met stoom in mijn lijf begin ik te tikken. Wat mij zo boos maakt weet ik niet. Evenmin waarom ik het niet kan laten varen. Het zou niet bij mij binnen moeten komen. Maar het lukt me niet.
De dag van Sint Maarten stond een artikel in het Haarlems Dagblad stond. De snoepactie was aanstootgevend, ronduit belachelijk. De arme kinderen zouden erwtensoep moeten krijgen in plaats van snoep. Het was een kerk in Hillegom die dit verkondigde en hoogstwaarschijnlijk een eigen actie ‘ban het snoep, doneer soep’ opzette. Het verbaast opnieuw niets dat kerken tegenwoordig zo weinig mensen binnenkrijgen.
Mijn woede om het bericht in de krant was minder, maar nog steeds aanwezig. Wat is het toch dat er anderen zijn die nog even willen laten zien dat ze het beter denken te weten. Hoe kun je een goed bedoelde actie zo afkraken. Het idee dat kinderen iets voor hun belangrijks als snoep leren delen.
De tip van school neem ik ter harte. Ik haal drie keer adem en probeer het te laten gaan. Zij willen er tenminste een nog groter succes van maken. Ik lees mijn antwoordmail opnieuw. Ik voeg er wat positieve woorden aan toe en druk op verzenden. Op naar nog meer succes!
Alleen op de wereld
Dinsdagavond voorafgaand aan je zesde chemo heb ik je aan de telefoon. De routine lijkt er bijna in te zitten. Leuk is het niet, natuurlijk niet. Maar je weet wat komen gaat en hebt een manier gevonden om het enigszins draaglijk te maken. Gooische Vrouwen zullen je daarbij helpen.
Als vijf keer daarvoor is het weer woensdag. Ik denk aan je. Ik blijf er akelig van worden. Maar het idee dat jij je weg gevonden hebt steunt me. Ik word er koud van. Jij nog veel meer, letterlijk en figuurlijk. Hoe sterk je ook bent waarschijnlijk zal vandaag een nieuwe dag van emoties worden. Ik lees je blog de volgende dag. Ik zie de foto’s. Fuck. Het is weer heftig. De regels. De regels tussen door. Het raakt me enorm.
Het is de dag later. We bellen. Het was zwaar. Je bent emotioneel. Hebt geen zin meer in drankjes en goede dingen. Je voelt je alleen. Ook al ben je dat niet. Het voelt niet minder. Ik voel de afstand groter worden. Wil er zo graag voor je zijn. Maar het lukt niet. Jij zit nu in je isolement en je voelt je zo alleen. Het doet pijn.
Vrijdagmorgen bel je vanuit de auto. Ik hoor je stem. Er is nog niets veranderd. Je gaat wel. Je wil wel, maar ook niet. Je wil je emoties laten gaan, maar ook niet. Je bent sterk als altijd, maar jij ziet een traan als zwakte ook al weet je dat dat niet zo is. Je wilt sterk zijn en ook niet. Ik hoop zo erg dat de fika met een goede vriendin je goed zal doen. Dat de tranen zullen stromen en dat het dan weer over is. Dat er weer ruimte is voor je immer positieve blik. Maar ergens vrees ik dat het langer duurt.
Het is zaterdagmorgen 10 uur. Alex vraagt wat me bezielt om dat dat tijdstip te bellen. Ik wil weten hoe het met je is. Of de bui voorbij getrokken is. Of je zon weer straalt. Ik kan wel janken. Ik wil er zo graag voor je zijn, bij je zijn. Juist nu. Maar even lukt het niet.
Je leven leiden
Met eigen ogen heb ik het kunnen zien. Je werd overstelpt met mooie woorden, sms-jes, boeken, cadeaus, bloemen. Als je niet beter zou weten dan zou je denken dat je iets geweldigs had gepresteerd. De aandacht heeft je vast geholpen om op een wolk te blijven zitten. De warmte van mensen om je heen. De oprechte belangstelling en hoop dat het je snel beter vergaat.
Je ging schrijven en hielp mensen hun verdriet om jou te plaatsen. Je liet zien dat positiviteit zo veel kan beïnvloeden. Dat je ook in deze situatie voor je doel moet vechten. Je uitte je op een ander vlak, stond voor je doel. Net zoals we dat op andere vlakken van je kennen. Het verzachtte. Niet alleen voor je zelf maar ook voor de wereld om je heen.
En dan ben je maanden verder. Het einde lijkt in zicht te zijn. Voor jou het meest, maar voor iedereen. Je bericht over de scan geeft iedereen hoop en vertrouwen. Het is een bewijs van jouw instelling. Niemand hoeft zich ongerust te maken. Want dit loopt zoals het zou moeten lopen. Wat ook niet anders kan met jou in de hoofdrol. Nog even aftellen en je komt naar Nederland. Nog even aftellen en je bent gezond en nog even aftellen en iedereen is het weer vergeten, inclusief jij zelf.
En dan komt de klap. Want ook al nader je het einde van de tunnel, je lichaam begint het zwaar te krijgen. Jij moet er nog doorheen. En ook al is de eerste fase over vier weken afgelopen, jij voelt je klote. Jij hebt krampen in je buik, voelt je moe, bent uitgeput en kan even geen positiviteit meer zien. Juist nu zou je bakken met brieven, kaarten, bloemen en boeken moeten krijgen. Maar juist nu is de postbus leeg.
Het lijkt alsof iedereen doorgaat met zijn leven. Dat is ook zo. Jij zou de eerste zijn die zou zeggen dat dat ook zou moeten. Maar weet dat iedereen jou in zijn leven meeneemt, aan je denkt, uitkijkt naar je blog en vooral vertrouwt dat je je snel beter voelt. Lieverd nog even!
Nummer 5
Terwijl ik zoek in mijn documenten vind ik ‘Kim 4’. Ik selecteer de verhalen en maak er ‘Kim 5 van’. Vijf documenten verder van het idee dat ik ooit had. Het idee dat mij ’s nachts werd ingegeven, om jou in een moeilijke tijd te ondersteunen om het vooral over andere dingen te hebben dan over ziekte. En nu zijn twaalf weken en vijf versies verder. Het einde van de chemo is in zicht. Maar niet elk moment is het even gemakkelijk.
Met veel enthousiasme schreef ik de eerste verhalen. Bezeten door de ingeving van mijn onderbewustzijn. De letters vlogen door mijn handen. Na een stortvloed van letters en woorden las ik de eerste verhalen wel tien keer door. Dan was ik tevreden en dan weer niet. Uit onzekerheid, omdat ik nooit eerder geschreven had, omdat ik mijn gevoelens aan het papier toevertrouwde en omdat ik dingen ging delen met jou die we niet eerder deelden. Tenminste niet op deze manier.
Angstig was ik voor jouw reactie. Ik herinner mij hoe ik de eerste keer op de ‘verzenden’ knop drukte. Nu kon ik er niets meer aan doen. Nu waren mijn gedachtespinsels in jouw handen. Mijn emoties om jou en over hoe ik in het leven stond. Opgelucht en blij was ik om je eerste reactie. Zo blij dat het aangekomen was, zoals ik bedoeld had.
De intentie was anders. Het zou moeten gaan over niets, over dierentuinen, strandfeesten, familie-uitstapjes en allerlei dingen die niets met ziekte te maken hebben. Ter afleiding voor jou. En misschien ook mezelf. Maar het lukte niet. Jouw ziekte zat te veel in mij. Te veel was ik betrokken bij jouw situatie. Te veel had ook ik er verdriet om. En dat kleurde de verhalen.
Nu zijn we 5 documenten verder. Het einde is in zicht. Maar hoe je normaal licht kan zien bij het naderend einde, juist nu is het zwaar. Je angst voor de prikken, je angst om wat bekend is, je angst om je zwakte, je angst om je emoties. Ik schrijf nog even met je mee. Ik ben blij als de ellende voorbij is.
Excuses
Een lange tijd had ik de chirurg niet gezien. Niet in de gangen, niet in het personeelsrestaurant, niet op de poli, of waar dan ook. En eigenlijk vond ik dat wel rustig. Mijn brief was gepost. Mijn plicht en verhaal gedaan. En het had nog geen moeilijke situatie opgeleverd. Totdat ik een week geleden door het restaurant liep. Ik zag het profiel van de man en opeens werd ik weer herinnerd aan de pijnlijke situatie. Mijn hart sloeg van lichte paniek over. Het lukte hem te ontwijken. En waarschijnlijk was ook hij opgelucht door hetzelfde.
De rust in mij was gekeerd. Ik ging weer aan het werk. Een aantal dagen later had ik een interessante bijeenkomst met medewerkers van de receptie. Terwijl iedereen zijn input had geleverd en het lokaal verliet bleef ik alleen achter. Tevreden over wat bereikt was ruimde ik de ruimte op, liep naar de deur en sloot af. Het was al wat donker en niemand te zien. In mijn ooghoek zag ik een schim naderen.
Mijn adem steeg spontaan naar mijn keel. Mijn lichaam alarmeerde en prepareerde zich op een stresstoestand. Ik kon niets, niet ontwijken, niet negeren. Ik voelde hoe mijn keel werd dicht geknepen, alsof ik tegen een muur gedrukt werd. Ik moest het accepteren. Ik haalde diep adem en liet het gaan. Ik observeerde. En liet het over me heen komen. De rust was terug. Althans bij mij. Maar daardoor kon ik de paniek signaleren bij de chirurg, die recht op mij afliep.
Hakkelend en stuntelend deed hij zijn woord. Dat het niet de bedoeling was, dat hij een rotdag had. Ik zag dat hij zich niet gemakkelijk voelde. En gek genoeg maakte dat mij alleen maar rustiger. Ik realiseerde me dat ook hij een mens is die het niet leuk vindt om aangesproken te worden op ongewenst gedrag. Zelfs niet als je eenzaam op een rots leeft. Of misschien juist daarom niet.
Ik was verwonderd door het effect ervan. Na tien minuten goed gesprek ging ieders zijns weegs. Hij zei gedag en maakte zijn excuses. Ik was overdonderd, blij en voelde een lichte overwinning. Er is nog zo veel mogelijk, ook al lijkt soms het tegendeel!
Kadootje
Ik moest een beetje haasten om op tijd te zijn. Terwijl ik wist dat hij al een half uur eerder zou zijn. Ik maakte de laatste sheet van mijn presentatie en sloot af. Door het drukke verkeer reed ik naar huis. Michiel zat daar aan tafel met de oppas en met de kids. Ergens vond ik het wel spannend, maar het voelde ook heel vertrouwd. De kindjes gingen naar bed en wij praatten nog even voordat hij weer op zijn scooter vertrok.
De inzichten van de numerologe spraken mij zo aan dat ik het hem kado deed. Misschien zou het mijn broertje inzichten geven in hoe bijzonder hij is en kan hij daarmee het ongeluk dat hij nog zo lang meesleept vergeten. Of tenminste een plaatsje geven. Ik hoop het zo erg. Toch ben ik heel rustig, want hij moet het doen en ondergaan. Ik sta er buiten. Heb hem alleen iets aangereikt waarvan ik hoop dat het hem helpt.
Hij zei van wel, toen ik hem vroeg of hij er zin in had. Ik geloof het, ik geloof hem. Ook al denk ik dat het ook pittig zal zijn. Omdat hij de confrontatie aan zal moeten gaan. Hij kan niet ontkennen wat er gebeurd is en hoe onzeker hij in het leven staat. Dat hij vaak niet ziet wat voor mooi mens is, hoe hij straalt, wat zijn kwaliteiten zijn. Ik hoop het zo, ik hoop het zo dat hij dat gaat zien.
Hij eet een paar happen. Misschien wel omdat hij zo verkouden is, zoals hij zegt. Hij drinkt nog een kop koffie. Maar snel, want hij wil op tijd zijn. Zijn sjaal knoopt hij om zijn nek en hij vertrekt. Ik ben blij dat hij mijn kado wilde aannemen. En benieuwd, terwijl het mij niets aangaat. Het is iets tussen hem en de numerologe. Ik zal misschien de effecten zien, maar zal niet weten wat er gebeurt. Dat wil ik ook niet. Maar ik hoop zo dat het goed gaat. Dat er chemie is tussen de twee en dat hij op zijn minst wil luisteren en probeert te schakelen. De eerste stap is ten minste gezet. Ik ben trots. Trots op hem dat hij gaat, naar iets onbekends, onzekers, terwijl hij vertrouwt op het verhaal van zijn zus. Ik vertrouw op het beste.
Telefoon
Ik weet niet of ik moet bellen. De afgelopen keren was het niet gemakkelijk voor je. Guy heeft je net gesproken. Je ziet er weer enorm tegen op. Tegen de prikken. Vandaag is het weer niet meteen gelukt. Ik wil wel bellen, maar weet niet of je er op zit te wachten. De avonden van de tevoren zijn vaak zwaar voor je. Ik laat het zitten en ga slapen.
Een nieuwe dag. Een zevende keer. Terwijl ik mijn best doe de kinderen op tijd naar school te brengen, bereid jij je in het ziekenhuis voor. Terwijl ik me op mijn vrije dag haast naar mijn werk tussen de schooluren door voel jij zenuwen voor de naalden. Terwijl ik in gesprek zit met collegae over houding en gedrag onderga jij waar het om draait. Het contrast is groot. Maar ik denk aan je.
In spanning doe ik de computer aan. In de hoop dat er een verhaal van je is. Dat het mee viel, dat je klaar bent voor de allerlaatste. Dat je er bijna klaar mee bent. Ik hoop het zo, maar ergens vrees ik het ergste. Na jouw ervaring de vorige keer ben ik bang dat het alleen maar erger zal worden. Ik zeg niets tegen jou, niets tegen niemand. Maar Guy en ik denken hetzelfde.
Je intense beleving van de zesde keer raakte diep. Jezelf en iedereen. met je instelling leek het tot daarvoor bijna alsof je die chemo er bij deed. Maar de intense emoties en pijnen die er de vorige keer bij kwamen lagen in lijn met verhalen die je vooraf kende, toen je nog niets van chemo wist. Althans ik niet. Ziek worden van iets wat je alleen maar beter zou moeten maken.
En er is nieuws, goed nieuws om 15,23 uur. De 7e chemo zit er op. Nog één te gaan. Ik ben blij, opgelucht. Het is bijna over. Dit moment is beter dan de vorige keer. De dagen later gelukkig ook. Nog één te gaan voordat je naar Nederland komt. Nog een te gaan om die verdomde tumor klein te krijgen. Wat doe jij goed je best. Hulde!
Binnenlaten
Terwijl ik door de regen langs de slagboom loop zie ik dat het parkeerterrein is omgetoverd tot bouwplaats. Even kan ik opeens heel goed de situatie van een bezoeker door zijn ogen bekijken. Onzeker, kwetsbaar om wat in het ziekenhuis komen gaat en niet weten hoe je moet rijden, waarheen. Je ziet alleen maar modder. Nergens een instructie, geen bericht, geen excuses. Ik maak me verschrikkelijk boos.
Hoe kun je gastvrij ziekenhuis zijn en mensen zo ontvangen? Ik loop langs de afdeling communicatie waar ik gisteren het probleem aanhaalde. Ze hebben inmiddels antwoord van Facilitair Bedrijf. We gaan er niets aan doen, omdat er geen geld voor is. Ik ontplof. Dat kunnen toch niet de kosten zijn. Kosten mogen toch niet boven het ongemak van een patiënt komen te staan.
Min of meer tegelijkertijd roept mijn leidinggevende zich bij mij voor iets anders. Een vloed van woorden stort ik over hem heen. Hij kijkt beduusd. Maar hij is het eens. En zoals het altijd gaat wordt er een bericht gestuurd op hoger niveau. Wat wel effect blijkt te hebben. Even later is het opgelost. Er wordt werk van gemaakt.
Misschien had ik het niet zo dicht bij me moeten laten komen. Had het me niet zo moeten raken. Maar als ik net als iedereen het over me heen laat komen dan gaat er iets mis. Ik weiger mee te gaan in de reactieve houding van een organisatie. Ik wil het doorbreken en denk daar een goede voor te zijn. Het blijkt zin te hebben.
Met een collega heb ik een discussie. Hij vraagt waarom ik me er zo druk over kan maken. Hij denkt er over uit een project te stappen omdat het niet opschiet. Dat is precies de houding die we niet moeten hebben. Stoppen omdat je geen vaart maakt heeft een averechts effect. Als alle goede mensen op die manier een schip verlaten komt er niets van de wereld terecht. Ik probeer hem te overtuigen van mijn visie. Dat juist wij iets kunnen doorbreken. Dat je daar je energie in moet stoppen. En misschien juist als het moeilijk is. Hij lijkt overtuigd.
Stresshormoon
Dat de bouwplaats me zo diep raakte was misschien wel om mijn gemoedstoestand die ik pas later signaleerde. Ik was geïrriteerd en had voor anderen zichtbaar een zeer kort lontje. Stef zou binnen enkele uren te horen krijgen hoe de komende maanden er uit zouden zien. Als kankerpatiënt of slechts herstellende van een operatie. Ik kon niet zien hoe ik in mijn emoties zat. Toen het goede nieuws binnenkwam voelde ik de energie uit mijn lijf lopen.
Kennelijk had een stresshormoon mij enkele weken op de been gehouden. En blijkbaar had datzelfde hormoon er voor gezorgd dat ik die ochtend uit mijn slof schoot over het parkeerterrein. Een abrupte stop in de toevoer van hetzelfde hormoon maakte de situatie inzichtelijk. Zenuwslopend was het zonder dat ik het door had. Zonder dat het besproken werd met betrokken familieleden. Pas nu kan er weer gesproken worden. Pas nu zie ik dat dit nieuws niet beter had kunnen zijn. Wat ben ik opgelucht. En leeg tegelijk.
De hele dag krijg ik niets uit mijn handen. Omdat het allemaal niet zo belangrijk is. Omdat er zo veel moois te vieren is. Omdat ik geen energie meer heb. Ik stuur wat sms-jes naar alle lieve mensen die betrokken waren. Ik voel de opluchting bij anderen. Bij mijn moeder die ik even later aan de telefoon heb en nog niets aan haar promotie heeft gedaan. Ze wijdt uit over haar gevoelens. Over hoe Stef voor het eerst tegen iemand zei wat er was gebeurd. Ik voel me verbonden.
Opeens kan er gesproken worden. En dat is goed. Stukje bij beetje is er meer ruimte voor emoties in ons gezin. Iets wat een half jaar net voor mogelijk leek gebeurt. We worden verbonden. En dat is goed. Ik bel mijn vader en voel de verbintenis. Het is goed zo.
Promitie
En dan ineens moet er veel geregeld worden. Althans dat willen we heel graag. Menukaarten, corsages van appeltjes, lintjes, opgeblazen foto’s, speeches. Niets blijkt onmogelijk. Zelfs niet in drie dagen. Een mooi vooruitzicht. Op vrijdagmiddag vraag ik Tobias om een mooie tekening van een appel en schrijf een tekst als voorbeeld met onderwerp en datum.
Tobias wil niet tekenen, maar plakken. Een glimmend papiertje knipt hij als kunstenaar tot appel. Het ziet er mooi uit. Wat kleurtjes en krassen er om heen. Het is artistiek. Met hanenpoten schrijft hij de voorbeeld letters over. Ik ben trots op het resultaat. Trots op mijn zoontje die voor zijn Bomma een tekening maakt. Ik maak een foto van het kunstwerk en stuur hem door naar Stef.
Enkele uren later belt zij mij enthousiast op. De foto’s zijn 60 keer afgedrukt. De menukaarten geplakt. Het ziet er super uit. Emilie zal smelten van haar kleinzoon. Stef zegt: ‘Wat schattig dat er Promitie staat!’. In de veronderstelling dat ze verkeert leest kijk ik op de tekening. Ik zie dat ik iets over het hoofd heb gezien. Ik kijk vervolgens naar het blaadje dat ik als voorbeeld schreef en zie in grote letters staan PROMITIE. In mijn verbazing deel ik mijn constatering met mijn zusje. Ik voel me zo dom.
De foto’s zijn gedrukt. Het kan opnieuw maar het is zonde. En waarom zou je. Inmiddels gaat het verhaal als vuurtje dor de familie. Ik voel me nog dommer. Guy zegt dat we het gewoon moeten houden, het is toch schattig. We laten het zo.
Ik de boekenkast ga ik op zoek naar de van Dale. Promitie bestaat niet. Promissie wel, zoals iets als een belofte. Met Guy ontwerpen wij een nieuw woord waarmee ik het diner zal openen. Promitie is een belofte die erg lang op zich laat wachten. Je roept vier jaar dat je gaat promoveren maar er gebeurt niets. Mijn moeder zal de grap waarderen. Te meer omdat zij het niet was die de zaak treineerde. Het is toch mooi hoe je ergens een draai aan kan geven.
Zenuwen
De hele dag was ik zenuwachtig. Voor mijn moeder, ik zou niet weten waarvoor anders. Gelukkig had ik de dag tevoren besloten de hele dag vrij te nemen. Nadat ik de laatste dingen bij de copyshop had afgeleverd ga ik onder de zonnebank en koop een leuk jurkje. Heerlijk zo’ dag op je gemak. Ondanks de zenuwen.
In de auto nemen we de middag en avond door. Guy zit straks in pak naast mij. Roze gestreept overhemd met roze das. We zien er feestelijk uit. Mijn hoofd is zo rood als een tomaat. Van de zonnebank en van de zenuwen. We halen de bordjes voor mijn speech op bij de printer. Het ziet er mooi uit.
Ik ben ceremoniemeester tijdens het diner. We bedenken samen verbindende teksten. Zo leuk om samen op 1 lijn te zitten. En elkaar aan te vullen. Ik ga openen met de promitie en dan dat ik hoop dat de verandering in het systeem geen promitie wordt. We bedenken nog veel meer. In de auto bellen we nog wat heen en weer. Ik met Stef over wat komen gaat en Guy met zijn werk over ontevreden apotheken. Het contrast met er zijn. Maar wij zitten gezellig samen in de auto. En kijken uit naar een mooie avond. Toch een beetje zenuwachtig
We komen ruim op tijd aan bij het universiteitsterrein. Overal zien we vrienden van Emilie. Van heel vroeger uit Maastricht, van tijdens haar studie, de overburen, haar bridgevriendinnen. Maar er zijn ook veel vakmensen. Het lijkt alsof ik de zenuwen van mijn moeder kan voelen. Wat is dit toch enorm spannend. Voor al die mensen.
Ik loop met Guy en Stef de enorme aula binnen. Op het podium zie ik een stoere vrouw staan. Wat ziet ze er prachtig uit. Een brede glimlach op haar gezicht. Mijn vader en broertje in rokkostuum staan achter haar als paranimf. Wat een mooi plaatje
Ze steekt van wal. Wat is ze knap. Ze heeft overal antwoord op. Gooit met de ene na de andere wettekst. In soepele woorden. Ik voel de zenuwen. Maar wat ben ik trots dat dit stoere mens mijn moeder is!
Gedicht
Het lijkt alsof je op rozen loopt en dan ineens blijken de prachtig geurig en kleurende bloemen doornen te zijn. Mijn moeder belde de ochtend na haar promotie op. Het eerste moment dat we elkaar spraken na een geweldige hartverwarmende avond. Het moment dat zij zojuist bij mijn oom vandaan kwam. Die op sterven na dood is. Zijn handen sloeg hij voor zijn ogen toen hij hen gedag zei, niet wetende of ze elkaar nog zouden zien in dit leven. Mijn moeders stem stokte. Een euforische stemming wordt ineens beëindigd. Ik voelde een intense brok opkomen. Diep verdriet. Tranen. Maar huilen kan ik niet.
Het is vaker geweest dat wij geconfronteerd werden het contrast van vreugde en verdriet binnen een heel korte periode. Maar deze intensiteit en afwisseling had ik niet eerder gevoeld. Een moment van dag en nacht. Binnen 12 uur stond de wereld er compleet anders voor. Trots en plezier maakte plaats voor ziekte en verdriet. Wat doet dat intens veel pijn. Huilen zou moeten opluchten, maar het lukt niet.
Vannacht dacht ik eraan mijn oom een beschrijving van de fantastische avond te sturen. Toen wist ik nog niet dat de situatie is zoals hij is. Mijn intentie veranderde. Ik besloot een gedicht te zoeken dat mijn gevoelens kon vertalen. Uit een boek dat ik ooit van mijn oom en tante kreeg voor de geboorte van een van de kinderen. Ik zou niet weten hoe ik mijn gevoel anders onder woorden zou moeten brengen. Ik wil huilen, maar het lukt niet.
Ik schrijf op: “Zon, Kom op, Zet je stralen aan, Stuur de wolken naar de maan, Schijn een wak in de wolken, schijn een gat in de lucht, Een straaltje zon op mijn gezicht, voel ik met mijn ogen dicht, Zon, kom op, Zet je stralen aan, Dan kan ik naast mijn schaduw staan.” Tobias tekent een zon, knipt wat stralen en het geheel gaat in enveloppe, op de post.
Het lukt me even niet te schakelen. De intense pijn zit in mijn buik. Hij wil geen afscheid nemen. Hij is er niet klaar voor, maar hij weet dat het bijna zo ver is. Hoe is het mogelijk dat iemand die zo positief en als genieter in het leven stond zo hard wordt getroffen. In het allerdiepst van zijn ziel. Ik moet huilen, maar er komen geen tranen.
Schrijven
‘Schrijf jij nog?’ vroeg de vrouw op het schoolplein. Maanden geleden voordat ik nog een letter op papier had gezet kwam ik haar tegen op een workshop voor schrijvers. Hoe ik daar gekomen was weet ik niet meer. Wat me bezielde. Ik had een idee in mijn hoofd, heel helder. Ik zou een boek schrijven over vrouwen en werken en motivaties. Door de maatschappij heen. Ik wist precies hoe het er uit zou komen te zien. Maar wat ik dacht uit de workshop te halen?
De moeder van het schoolplein bleek een echte schrijfster. Ze was journalist en er lag een boek van haar in de boekhandel. Ze twijfelde of ze een tweede boek zou schrijven. Zij wist hoe het was. De eenzaamheid, de discipline. Maar ook hoe het is als het rijp is voor verkoop.
Ik twijfelde ook, was onzeker. Over mijn schrijfkunst maar ook voor een onzeker bestaan. Je weet niet waar je ja tegen zegt, je weet niet wat de consequenties zijn. En dus was de keuze tussen zekerheid bij een werkgever en onzekerheid van een boek gemakkelijk gemaakt. Het idee ging naar de achtergrond en ik ging bij het ziekenhuis werken. Geen onverstandige keuze bleek achteraf.
Maar het schrijven blijft me achtervolgen. Het lijkt alsof titels steeds op mijn netvlies verschijnen. Al weer heb ik bijna uitgewerkt idee binnen gekregen, zonder er om te vragen. Wie weet gaat het ooit gebeuren dat een dergelijk idee wordt uitgewerkt. Wanneer ik nog zekerder ben en wanneer een onzeker inkomen minder consequenties heeft voor anderen.
Maar niet voordat ik mijn huidige boek heb afgewerkt. Want laten we wel wezen. Ook jouw situatie inspireerde mij. En ook vandaar uit kreeg ik een idee. Zonder dat ik er om vroeg. Maar helder was het wel. Nu schrijf ik voor jou. Totdat je klaar bent.
Tot die tijd heb ik een doel en dat is schrijven. ‘ Ja ik schrijf nog’, antwoordde ik, ‘ik schrijf een boek voor mijn vriendin’. Een boek over emoties, over het beleven van een ziekte, over niets en over alles. En degene voor wij ik schrijf gaat bepalen wanneer dat boek gaat eindigen. Hoe dat weet ik al, want zij leefde nog lang, gezond en gelukkig!
Nog meer schrijven
Soms vliegen woorden op papier en heb ik binnen 10 minuten een verhaal. Later lees ik het terug en vraag ik me af waar ik het vandaan haal. Maar het gebeurt en het lukt. Het kunnen emoties zijn die opeens op papier staan, heel definitief en confronterend. Maar meestal schrijf ik van een afstandje. Want als het echt heel dichtbij komt en ik in een emotie zit dan lukt het niet te schrijven.
Zonde zou je zeggen want schrijven verlicht. Het lucht op omdat je iets kwijt kan raken. Je schrijft het van je af. Het klinkt zo logisch. Toch merk ik dat het mij niet lukt. Dat ik een afstandje moet hebben om te kunnen schrijven. Dat ik iets op een rijtje gezet moet hebben voordat ik het aan het papier toevertrouw. Misschien wel omdat ik dan de logica in heb gezien. In mijn hoofd. En dat ik dan pas kan gaan schrijven.
Soms verlang ik er naar te schrijven. Soms schrijf ik weken niet. Ik wilde met regelmaat voor je schrijven. Elke twee weken zou je iets ontvangen Maar die druk kon ik mezelf niet opleggen. Ik moest niet gaan schrijven om het schrijven, omdat het af moest. Ik moest schrijven omdat het er toe zou doen. En dan kan het zijn dat er soms een week niets gebeurt. Of twee weken. Of langer.
We zijn nu drie weken verder. En ik schreef al die weken niet. Er gebeurde veel. Heel veel. Van highs naar lows naar highs. Het had een jaar kunnen zijn. Maar dat was het niet. Ik had verdriet, was trots, euforisch. Het lukte me te focussen op de balans. En nu kan ik het plaatsen. En juist nu verlang ik naar het papier. Want het lucht op.
Ik schrijf voor jou. Voor mezelf. Hoe kan het mooier. Het geeft een goed gevoel. Het doet goed. Het verzacht de pijn die er soms is. Bij jou en bij mij. Hoe mooi is het om over de essentie van leven te kunnen schrijven. Te rangschikken, om logica proberen te zien. In iets dat zo onlogisch is. Schrijven verzacht.
Een zondag in Amsterdam
Hoe puur kun je iemand observeren. Hoe kun je zonder omhulsel naar iemand kijken. Zonder verpakking, zonder werk, zonder omgeving. Puur naar de mens. Het gaat om het innerlijk. Dat weten we. Maar lukt het echt om iemand los te zien van wat er om heen zit. Of bepaalt een situatie hoe je naar iemand kijkt.
En hoe doe je dat als je naar jezelf kijkt. Hoe laat je jezelf leiden door je eigen verpakking. Een mooie trui, een goede baan, leuke vrienden. Hoe eerlijk kan iemand diep van binnen naar zichzelf kijken. Naar de echte ik, zonder tierlantijnen. Gewoon zoals je bent. Het lijkt zo gewoon. Maar dat is het niet.
Het was op een zondag in Amsterdam. Bij de buren hadden we zojuist twee paar schoenen voor jou uitgezocht. Prachtig. Niemand die het ziet. Jij niet, ik niet, de hele wereld niet. Want jij staat daar zoals je bent. Mooi, trots, zelfverzekerd. Kim.
Make up draag je voor deze gelegenheid niet. Opplakwimpers zijn zo’n gedoe en mascara vernietigt de paar wimpers die je nog maar hebt. Het boeit niet. Je straalt van jezelf. Je straalt van het moment van geluk. Dat we even samen zijn. Niemand anders. Gezellig, maar ook serieus. We praten en praten. Over alles, over hoe het gaat. En over waar de ziekte toe leidt.
Opeens zie ik een ander iemand. Iemand die ik niet eerder heb gezien. Ergens schrik ik er van. Je bent onzeker. Je weet niet wat je wilt. Je bent bang een nieuwe balans niet te vinden. Je vindt het ergens prima zo. Je weet niet waar je goed in bent. Van binnen heeft de ziekte je geraakt. In het diepst van je ziel. Het doet pijn om jou zo te zien. Je verpakking is weg, je werk is niet alles. Het voelt kaal. Je bestaansrecht lijkt even verdwenen. Het maakt verdrietig.
Het is ongelofelijk om te zien hoe een situatie een verpakking in het diepste kan raken. Je door elkaar kan schudden, verdrietig kan maken. Terwijl alles zo op de rit leek. Het leek zo in balans. Maar even val je uit het lood, om er snel weer in te komen. Want jij bent mooi zoals je bent.
Fotomoment
Een winters tafereel. Het is koud. Wit, witter, witst. De sneeuw blijft vallen. Nergens bruine plekken op de straat. Op de bomen centimeters wit. Een mooie jas. Een prachtig plaatje. Niet voor een dag, maar al weken.
Nederland ligt plat. Hoe kan het zijn dat wij dit niet aankunnen. Niet eerder heeft het de afgelopen jaren zo gesneeuwd. Er is zout, maar bijna op. Gisteren hoorde ik van de buurman hoe Rijkwaterstaat in onderhandeling is met Akzo om de noodvoorraad aan te breken.
Rare taferelen. Terwijl wij thuis genieten van sneeuw en wit probeert werkend Nederland naar huis te komen. De sneeuw kwam voor iedereen erg onverwachts. Opeens geen weeralarm. De weg van Alkmaar naar Heemstede duurt 3 en een half uur. Over de weg van Haarlem naar Alkmaar doet men 6 uur, hoorde ik een dag later. Niets vermoedend geniet ik van de sneeuw en het prachtige uitzicht.
Ik besluit me toch maar niet op de weg te begeven om naar yoga te gaan. Dat is het enige wat ik van merk. En eigenlijk komt dat me prima uit. Ondertussen komen mensen uren te laat op de crèche, zitten zonder eten in de auto of overnachten in het ziekenhuis of hotel om de tijd te overbruggen. Ik laat mijn kindjes zien hoe mooi het buiten is en wacht met ze tot wanneer Guy veel te laat thuis komt. We weten van niets. En dat is ook maar goed zo.
Verbaasd ben ik de volgende dag als ik naar mijn werk rijd. Het is wit, maar ik kan prima rijden. Het is vroeg. Het is wat drukker, ik ben tien minuten vertraagd. Het rijdt. Ik rij, ik glijd niet. Het gaat goed. Gedurende de ochtend komende mensen uren later dan gepland binnen schuiven. Glad, ongelukken, drama, rot weer, niets voor hen. Het lijkt er op dat de sneeuw in niemand zijn systeem past. Ik zit achter mijn computer en kijk naar buiten. Ik zie langzaam rijdende auto’s stukje voor stukje opschuiven. Meer oog heb ik voor de sneeuw waarmee de wereld bedekt is. Wat een prachtig plaatje. Nog even van genieten.
Sleeën
‘Mag ik met de slee naar school?’ Meteen visualiseer ik de vraag. Ik zie mezelf al lopen met een kinderwagen voor en een slee van achter. Terwijl ik niet van onmogelijkheden hou zie ik hier echt geen uitweg. ‘ We kunnen proberen de slee aan de kinderwagen te binden’, probeer ik toch. Tobias heeft een beter plan.
Dik ingepakt in skioutfit loopt mijn oudste zoon even later naar buiten. Amper 16 kilo zet zijn broertje van 15 kilo op de slee en begint te trekken. Ik adem diep en bereid me er op voor dat we met drama veel te laat op school komen. Maar sneeuw is een goed excuus. Dus ik adem rustig verder.
Het was op de paar grindtegeltjes waar hij de slee begon te trekken. En juist daar lag net te weinig sneeuw. Ik til de slee op en zet hem op de stoep. Tobias neemt opnieuw de slee in zijn hand en loopt weg. En Quirijn zit achterop, beentjes op de zijkant van de slee. Zijn grote broer blijft lopen. Wat is hij trots.
Even later heeft hij een beter plan. Hij wikkelt het touw om zijn buik en vraagt Quirijn het einde vast te pakken. Even speelt hij voor paard. Maar dat blijkt minder succesvol. Handig manoeuvreert hij zich weer in zijn oude positie. En maakt stappen.
Bij het pleintje 500 meter verder op komen we Tobias zijn vriendje en klasgenoot tegen. Tobias nodigt hem uit ook op de slee te gaan zitten. Hij denkt dat hij alles aan kan. En dat kan hij ook. Terwijl de moeder van zijn vriend een andere slee haalt trekt Tobias twee kinderen voort. Twee meter verder. Net op tijd is de tweede slee gearriveerd.
Tobias loopt, heeft het warm en geniet. Als een razende zet hij het op een loopje. De tijd tikt verder. Maar wij komen op tijd. Als het aan Tobias had gelegen ten minste. Quirijn zit, laat zich voortbewegen en heeft het koud. De regenlaarzen die hij zo graag aan wou blijken niet bestand tegen de sneeuw. Hij huilt en wilt stoppen. De tijd tikt verder. Maar dat boeit nu niet. Want sneeuw is een prachtige excuus.
Praten met kinderen
Ik zit aan tafel met een vriendin van school. Samen bedenken we een leuk plan. Zij strikte mij ooit om klassemoeder te zijn. Vol enthousiasme hebben we even later een winterwandeling in elkaar gezet. De kosten moet ik alleen nog met de derde moeder bespreken. Mijn enthousiasme is meteen gedaald als ik haar aan de telefoon heb. Zo leuk vindt zij het niet.
Wat teleurgesteld praten we 5 minuten over van alles en niets. Ik betrap me zelf er op dat ik moeite heb om vrolijk verder te praten. Ze vertelt over een leuk boek dat ze leest. Toevalligerwijs het boek waarover Elsbeth een cursus geeft. How to talk to kids. Mijn enthousiasme is weer terug. Zij, moeder van vier dochters, vertelt haar ervaring. Ik luister aandachtig.
Direct nadat ik opgehangen heb bestel ik het boek op Bol. Al maanden wil ik het lezen. Gek genoeg moet een ander me over de streep halen. Het zal nu wel de tijd zijn die rijp is. Ik ben er klaar voor.
Bol is snel. De volgende dag ligt er een pakje bij de post. Ik open het boek en begin meteen te lezen. Het spreekt voor zich. Appeltje eitje, althans zo lijkt het. Terwijl ik lees, oefen ik er op los. Soms kijken mijn kinderen me vreemd aan. Guy heeft een uitdrukking alsof hij vuur ziet branden. Soms heeft het ineens effect. Ik zeg ‘Banken zijn er om op te zitten’ en prompt houdt Quirijn op met springen.
Ik ben enthousiast. Hoe mooi kan de waarheid zijn. En hoe fijn moet het zijn voor een kind wanneer een ouder zijn taal spreekt, hem begrijpt. Niet alles voor hem invult. Ik hoor mezelf praten als ik terugval en zeg dat iets niet mag. Ik hoor mezelf als ik het heb over keuzes die ze zelf kunnen maken. Oh wat is dit moeilijk. Maar wat ben ik blij dat ik dit gelezen heb en wat ben ik opeens dankbaar dat de moeder in kwestie ons plan niets vond. Dit is veel beter. Dit is waar het om gaat. Geen winterwandeling die daar tegen op kan.
Flow
Alles voelde alsof ik een flow zat. Op mijn werk leek het alsof alles wat ik deed werd opgepakt. Ik schrok van het effect. Ik schrok van hoe de boodschap aankwam. En in mijn schrik was ik blij, trots en euforisch. Met enthousiasme ging ik het nieuwe jaar in.
Chocolaatjes kocht ik voor het eerste weekoverleg. En daar werd ik met de neus op de feiten gedrukt. Niks positiefs, geen leuke verhalen, geen goede voornemens of mooie plannen. Het ging over alles wat niet goed was en vooral anders zou moeten. Ik schrok er van dat niet iedereen met inspiratie begonnen was. En ondertussen was ik enorm teleurgesteld. Met een bord vol chocolaatjes liep ik terug naar mijn kamer. En het voelde leeg diep van binnen.
Ik voelde me eenzaam, alsof ik er alleen voor stond. Alsof ik een berg moest beklimmen met lood in mijn schoenen. Alsof ik een tornado als enige stil moest blijven staan. En opeens koste dat enorm veel energie. Niets kreeg ik meer uit mijn handen. En opeens realiseerde ik me weer dat juist dat mijn baan is. Juist die ene zijn in een andere omgeving, juist die ander met een andere achtergrond. Met een andere blik die nog niet is teleurgesteld door veel veranderingen, reorganisaties en consultancybureaus die het beter weten.
In een paar uur, raakte ik onzeker. Of ik het wel goed deed. Of ik niet eer progressie moest maken. Of ik niet onmiddellijk een ludieke marketingactie moest bedenken. En even voelde ik me heel zwaar. Maar gelukkig duurt dat even altijd meer even. En is de dag die een week ook snel weer voorbij. Gelukkig maar weet ik altijd wel weer enthousiasme te vinden. En laat ik me opnieuw inspireren.
En zo ging ik ook vandaag weer aan de slag. En zo snel als hij verdween kwam de inspiratie weer naar boven. En zo hebben we ook deze week weer een stapje gezet. En opeens moet ik uitkijken dat ik er niet weer van schrik dat ik wederom in een flow zit. Want met een beetje geluk zit ook dat er weer snel aan te komen.
Hoofdstuk 2
Ik kan me er geen voorstelling van maken. Niet dat ik wist hoe een chemo nou in elkaar zat. Ook daar heb jij een beeld voor ons geschept. Maar ergens wist ik hoe je je voelde. Had ik een beeld van hoe je er bijzat. Zag ik hoe je steeds herstelde. Wat het met je deed en wat niet. Ik leefde met jou mee van chemo naar chemo. En op naar de volgende. De woensdagen zagen er anders uit. Ze waren donker gekleurd. En nu is dat over.
Gelukkig maar zou je zeggen. En dat is ook zo. Het is geweldig dat die ellende, dat gif achter de rug is. Dat het langzaam uit je lijf kan en dat het niet voor niets is geweest. Het maakte je ziek om uiteindelijk beter te worden. Beter van iets dat je nooit echt hebt gevoeld.
Toen je chemo eindigde sloot je het af. Het leek erop dat je vooral wilde genieten van de tussenliggende periode. Het nieuwe hoofdstuk
keek je nog niet in. Jij sloot je af. En dat was ook maar goed zo. Het is jouw kracht en jouw persoonlijkheid die dat mogelijk maakt. Waarom zou je je zorgen gaan maken over iets wat komen gaat. Over mogelijke consequenties die misschien niet eens op jou van toepassing zijn.
Daar ging je dan vorige week. Het boek lag open. En jij moest het lezen. Omdat het jou zou beter maken. Ook al hoorde je wederom van alles waartoe het zou kunnen leiden. Er werden dingen afgeraden waar je met enthousiasme aan begon. Maar niets kan jou klein krijgen. Want jij bent volhardend en gaat vol goede moed verder. Om trots op te zijn.
Met een traan en een lach. Met een angst en met hoop. Met een prachtig vooruitzicht van over een paar weken. Want dan is het echt voorbij. En dan mag je weer iets gaan opbouwen. Een nieuw leven beginnen. Een nieuwe balans zoeken. Wat een mooi vooruitzicht. En wat spannend. De onzekerheid over je toekomstige ik. Maar nu is nu. En nu gaat het goed. Nu kan je zwemmen en nu voel je niets. Ook nu kun je genieten, hoe zwaar het ook is het tweede hoofdstuk te doorstaan. Jij verstaat de kunst te zijn in het nu. En dat is een mooie gave.
Vliegen
Gespannen sluit ik mijn documenten af. Ik loop de gang af en loop de laats belichte kantoren binnen. Enthousiast zeggen de collega’s die nog aanwezig zijn gedag. Oprecht wensen ze me veel plezier. Het is onwerkelijk dat ik een aantal uren later bij jullie zal zijn. Maar eerst moet er nog veel gebeuren.
Ik haal Krister op van de crèche. Quirijn is die dag eerder opgepikt door mijn moeder. De schat. Nog even doe ik een boodschap. Ik race tegen de klok in. En dat terwijl ik alles vrij ruim had ingepland. Althans dat dacht ik. Het zal er wel bij horen. Bij mij. Immer de grens opzoeken. Het is niet anders. Ik laat het gaan.
Bij de groenteman koop ik een bak sla. Voor Krister heb ik een potje, die ik nog even op wil warmen. De minuten tikken. De zenuwen ook. Ik ben gespannen. De tijdsdruk, de vlucht, het wederzien. Het een versterkt het ander. Echt relaxed ben ik niet. Maar ik zal het moeten laten gaan.
We lopen naar het station. Ik twee meter voor Guy. Ik hou me in. Dit slaat nergens op. Alsof we dan sneller zijn. De rest van de meters lopen we samen. Net op tijd voor de trein. Ik laat het los. Het heeft geen zijn. Mijn ratio onderdrukt mijn emotie. En even lukt dat heel goed. Houden zo.
We checken in. De bagage op de band. De douane. De winkeltjes. Alles gaat langs me heen. Ik doe hard mijn best. Het lukt een beetje. Het moet. Het is het zo waard. Maar even moeten we er door heen.
De vlucht gaat goed. We zijn meer met Krister bezig dan dat we ergens aan kunnen denken. Hij kijkt, en brabbelt en gilt en schreeuwt. Maar slapen wil hij niet. We landen, stappen uit het vliegtuig. ‘Wel thuis’ roept het cabinepersoneel ons toe. We zullen het wel uitstralen. Het voelt ook zo. Gespannen halen we onze koffers op. Om even later heel ontspannen door jullie ontvangen te worden. Een moment om gespannen naar uit te kijken.
De waarheid
Het was gezellig. We dronken wijn. We kletsten, waren blij. Een lach op ieders gezicht. Allen vermanden we onze moeheid. Hier was waar we het voor deden. De vriendschap. De gezelligheid. Alsof we gisteren hetzelfde deden. Het voelde zo goed. Het was zo fijn, zo dierbaar.
We gingen slapen. De volgende morgen vroeg op. We zouden naar Stockholm gaan voor een massage. Hoe fijn. En hoe gezellig om even samen te zijn. De fika in vooruitzicht maakte me blij. Het samenzijn met jou. De tijdloosheid, de vriendschap.
Ik kleedde me snel om. Een kop thee voor in de auto. Wel tien keer verontschuldigde jij je voor de vroegte. Mij kon het niets schelen. Wat maakte het uit. Maar jij voelde je een beetje opgelaten. Dat we voor jou zo vroeg op de weg waren. Omdat we anders moesten wachten.
Het is druk op de weg. Dat hadden we niet ingepland. We komen net de laat. Er zitten drie mensen voor ons. Ergens boeit het ons niet. We kletsen en lachen. Je zou bijna vergeten waar je was. Een uur later ben je aan de beurt.
Ik loop met je mee. De mensen zijn aller aardigst. Terwijl jij je omkleedt leggen ze mij uit hoe het werkt. Terwijl jij gaat liggen, laten zij het masker zien. Terwijl jij er klaar voor bent, krijg ik even een klap. Want ik was haast vergeten dat je nog in behandeling bent. Dat je nog even in de nachtmerrie zit. Ook al is het einde in zicht. En ook al hebben we het zo gezellig.
Je lijkt ervaren. Dat ben je ook. Er is niets te zien van claustrofobie of andere angsten. Ook hier heb je weer mee weten te dealen. En juist dat maakt het even moeilijk. Ik voel een heleboel en ook niets. Even heb ik het moeilijk met het werkelijke feit. Ik wens je succes en loop weg. Vijf minuten later ben je al weer laar. We rijden weg, weg van het ziekenhuis, het ziekte, de emoties. We gaan een dag genieten.
28 januari 2010
Het voelt alsof er iemand jarig is. Een feestdag om te vieren. Toch is het anders. Het is veel meer dan dat. Ik ben blij. En ook een beetje verdrietig. Ik stuur een sms. Dit is beter dan jarig zijn. Veel beter. Hier kan geen feest tegen op. Dit is het feest der feesten. Maar wel met een dubbele lading.
28 januari 2010. De dag van je laatste bestraling. Ik breng de kinderen naar de crèche. Ik krijg een sms terug. Je bent onderweg. Blij en gek genoeg ook verdrietig. Ik begrijp het. Nu zal je pas in gaan zien wat je hebt doorstaan. Hoe je hebt gebikkeld en wat je voor ogen hebt gehad. Nu pas kan de film zich gaan afspelen. Omdat je weet dat hij goed afloopt. En dat zal de nodige emoties met zich meebrengen.
Ik voel de dubbele emoties. Het draait van binnen. Ben ik blij, opgelucht, boos of verdrietig? Het is een mix van dat. Maar blijdschap heeft de boventoom. Vreugde overwint. Net als jij. Je hebt je er door heen geslagen.
Ik sta in de file richting Nieuwegein. Ik hoor een sms binnenkomen. Het is voorbij. Over, klaar. Je hoeft niet meer behandeld te worden. Wat ben ik blij. Een opluchting. Voor jou, voor Alex, voor iedereen om je heen. Je bent wakker geworden van een veel te lange droom. Het is licht, een nieuwe dag te gaan.
Ik vraag me af welke lading deze dag krijgt. Zal je over een jaar nog weten dat dit de laatste dag was. Zal dit de dag zijn dat je je tweede verjaardag viert. Dat je drinkt op het leven. Of zal alles na vandaag weer zoals het oude zijn. En zal je alleen af en toe een terugkijken naar deze periode. Met een glimlach. Omdat het voorbij is.
Hoe deze periode je zal tekenen weet je nu nog niet. Feit is dat het je gesterkt heeft, maar het heeft je ook getekend. Je hoop van harte dat het niet te veel achter zal laten. Dat je onbezonnen tegen je gezondheid kan blijven aankijken, zoals ooit tevoren. Dat je binnenkort een kindje zal dragen. Maar nu is nu, en nu is het genieten. Omdat het eindelijk voorbij is.
Deadline
De laatste letter moet op papier. Nog nooit heb ik zo’n ferme deadline gehad. Nog nooit keek ik er met zo veel plezier naar uit. De dag na de laatste bestraling komt er geen letter meer op papier. En dat maakt dat ik opeens heel hard moet gaan schrijven. Maar ik doe het met liefde. Want wat is dit mooi.
Vandaag de laatste dag. De laatste dag van een periode die je liever niet mee had gemaakt. Die mee viel als je vergelijkt met hoe je er ooit te voren tegen aankeek. Een periode die ondanks dat ook heel zwaar was, en mooi en verdrietig. Het maakte emoties bij je los. Emoties waarvan je niet wist dat je ze had.
Ik heb een uur te gaan. Het laatste uur dat ik kan schrijven in jouw periode. Het zal blijken of ik de tijdsdruk aankan of dat ik het bij een ga houden. Maar wat doe ik dit graag. Wat schrijf ik graag jouw allerlaatste document. Wat ben ik blij dat we nu echt kunnen gaan terugkijken op een nare droom. En dat de toekomst voor je ligt.
Ik voel de druk. Ik voel de emoties. Alles schiet er door me heen. Mensen die me vragen hoe het is als ik terug kom uit Zweden, kijken verbaasd als ik zeg dat het bijna voorbij is. Dat het over is. Voor hen lijkt het zo kort. Een tel geleden vonden dokters dat je ziek was. Een moment later ben je genezen. Maar niet zonder horten of stoten. Het heeft je geraakt en gevormd. Maar het is Voorbij!
Het ging snel als je terugkijkt. Maar langzaam toen je er in zat. In een flits vliegen memorabele momenten door mijn hoofd. Uit je blog, uit telefoongesprekken, uit herinneringen, uit mijn eigen emoties. Het was heftig. En soms ook niet. Het was bikkelen maar ook heel veel niet. Het was gek genoeg ook veel genieten. Iets wat voor buitenstaanders niet mogelijk lijkt. Toch was het zo, hoe zwaar je het ook had.
Maar het is voorbij. You’ve been there. Je bent ervaringsdeskundige. Een voorbeeld voor anderen. Ook al was je dat liever niet geweest. Maar het is zoals het is. Wat ben ik blij dat het over is! En wat ben ik trots op jou!